Ga naar de inhoud
beeldmerk RijksoverheidMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Direct naar
  • Inloggen Bronhouderportaal
  • BROloket
  • BRO Productomgeving
BRO | Basisregistratie Ondergrond
  • Home
  • Actueel
  • Inhoud BRO
  • Werken met de BRO
  • Doe mee
  • Praktijk
  • Service & contact
  • Inloggen Bronhouderportaal
  • BROloket
  • BRO Productomgeving
  1. Home ›
  2. Inhoud BRO ›
  3. Veelgestelde vragen ›
  4. Veelgestelde vragen: algemeen

Veelgestelde vragen: algemeen

Wat is de BRO?

De BRO staat voor Basisregistratie Ondergrond. De BRO is een centrale basisregistratie met de publieke gegevens van de Nederlandse ondergrond: uit verkenningen, van ondergrondse constructies en gebruiksrechten in relatie tot de ondergrond. Vanuit één centrale voorziening kunnen gebruikers digitaal informatie opvragen: ligt hier een mijnbouwvergunning? Hoe is de bodemopbouw? Hoe hoog staat het grondwater? Deze gegevens kan een gebruiker zonder nader onderzoek in zijn werkprocessen gebruiken. Lees hier meer over beginnen met de BRO.

Voor wie is de BRO?

De BRO is van belang voor iedereen die met de ondergrond te maken heeft, maar wordt specifiek ingericht voor een breed gebruik binnen het Rijk en en de andere overheden. Als een bestuursorgaan bij de vervulling van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat als authentiek gegeven in de BRO beschikbaar is, dan moet dit bestuursorgaan dat authentieke gegeven raadplegen. De BRO-gegevens zijn, met enkele uitzonderingen, openbaar, dus iedereen kan er desgewenst gebruik van maken.

Waarom is er een BRO?

De bestaande informatiesystemen over bodem en ondergrond waren onderling onvoldoende of niet verbonden, waardoor er geen goed overzicht was van wat er onder de grond van belang is. Daardoor werd het hergebruik van eerder ingewonnen gegevens belemmerd. Verder werden er bij de vastlegging van ondergrondgegevens nog vaak verschillende standaarden gehanteerd. Veel ondergrondgegevens werden zelfs helemaal niet in informatiesystemen vastgelegd. De BRO creëert een eenduidig, landelijk systeem.

Vanaf wanneer is de BRO van kracht?

Tegelijkertijd zijn het Besluit en de Regeling Bro van kracht geworden.

Hoe is de sturing van de BRO geregeld?

De eindverantwoordelijkheid voor de BRO ligt bij de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO); tot eind 2017 was dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Gezien het brede belang van de BRO zal de minister zich terughoudend opstellen en zich bij besluitvorming baseren op de adviezen vaneen Programmaraad ZoN/Datafundament, op zijn beurt geadviseerd door de Begeleidingsgroep BRO. In beide groepen zitten vertegenwoordigers van de belangrijke stakeholders van de BRO. Meer hierover lees je bij Over ons.

Hoe neemt het programma BRO de bronhouders mee?

Het ministerie van BZK overlegt intensief met bronhouders (ook via hun koepels VNG, IPO en UvW) over bijvoorbeeld inhoud, standaarden en processen. Het programma heeft lezingen gegeven, brengt publicaties uit, en waar nodig wordt op individuele basis voorlichting gegeven. Ook zijn er events waar gebruikers interactief in gesprek gaan over belangrijke onderwerpen in de BRO.

Lees meer hierover bij Doe mee.

Wat zijn de rollen in de BRO?

Dit zijn de rollen in de BRO:

Eigenaar (houder van de registratie): de minister van VRO

Beheerder van de Landelijke Voorziening: TNO-GDN

Bronhouders: bij wet aangewezen organisaties die verantwoordelijk zijn voor het leveren van brondocumenten aan de BRO en voor het borgen van de kwaliteit daarvan. Het bronhouderschap ligt meestal bij bestuursorganen van gemeenten, provincies en waterschappen en rijksorganisaties als Rijkswaterstaat en de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar ook bij zelfstandige bestuursorganen als Staatsbosbeheer. Ook drinkwaterbedrijven zijn bronhouder voor de BRO.

Dataleveranciers: de instanties of bedrijven die namens een bronhouder ondergrondgegevens inwinnen. Dat zullen vaak aannemers of uitvoerende ingenieursbureaus zijn, maar het kan ook een gemeente zijn die voor een andere gemeente de BRO-taken uitvoert die voortvloeien uit een samenwerkingsovereenkomst.

Gebruikers: iedereen die informatie van de ondergrond kan en wil hergebruiken. Als een bestuursorgaan bij de vervulling van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat als authentiek gegeven in de BRO beschikbaar is, dan moet dit bestuursorgaan dat authentieke gegeven raadplegen.

Programmaraad ZoN/Datafundament: groep stakeholders die de minister adviseert over strategische keuzes voor onder andere de BRO, op zijn beurt geadviseerd door de Begeleidingsgroep BRO’

Programmabureau BRO: onderdeel van het ministerie dat de implementatie van de Wet Bro organiseert en begeleidt.

Ik ben beleidsmaker/projectleider. Wat moet ik weten over de BRO?

De Wet Bro brengt 4 plichten met zich mee. Ook jij moet daarmee aan de slag bij beleidsontwikkeling, beheer en onderhoud of in jouw project. Je kunt kansen benutten door eerder gegevens over de ondergrond en de ondergrondmodellen bij plannen te betrekken. Mogelijk verzamel je ook nieuwe gegevens en ben je gegevensleverancier namens een bronhouder. Betrek als beleidsmaker of projectleider de ondergrond in je denken en doen. Alle tips hebben we voor je verzameld op 1 pagina voor beleidsmakers/projectleiders.

Is er een handige checklist voor BRO-coördinatoren?

Ja, er is een checklist die helpt om de invoering van de wet Bro binnen jouw organisatie in goede banen te leiden. Je vindt deze checklist op de pagina Hulpmiddelen. Ter ondersteuning zou de coördinator een BRO-team kunnen samenstellen met vertegenwoordigers van organisatie-eenheden die een relatie met de BRO (levering, gebruik) hebben. En als je een vraag heeft, neem dan gerust contact op met onze Servicedesk.

Wat is de omvang van de functie van de Coördinator Ondergrond?

Hoeveel werk een BRO Coördinator heeft hangt onder meer af van de complexiteit en dynamiek van een bronhouder. Als er grootschalige bouw- of infrastructurele werkzaamheden plaatsvinden in opdracht van de bronhouder, dan is er veel werk aan de winkel. Als alles wordt uitbesteed, of er gebeurt gewoon niet veel op dit gebied, dan valt het allemaal wel mee.

Als vuistregel hanteren we dat in de opstartfase 0,1 tot 0,5 fte nodig is om binnen de organisatie grip te krijgen op de BRO: waar raakt de BRO welke werkprocessen, welke afdelingen/personen zijn er bij betrokken, waar is sprake van bronhouderschap (dus productie van gegevens) en waar alleen van gebruik, aanpassing van contracten met aannemers, informeren van je bestuur, etc.  Bespreek dit ook met management en bestuur.

Het tijdsbeslag bij ‘rustige’ bronhouders ligt gemiddeld tussen  0,1 en 1 fte. Bij ‘drukke’ bronhouders zal 1 of meer fte nodig zijn.

De BRO blijft, ook als er geen nieuwe registratieobjecten meer bijkomen. Inzet blijft dus nodig. De bronhouder moet blijven bewaken dat er vanuit zijn/haar organisatie (en aannemers) volledig en correct geleverd wordt.

Meer informatie staat op de BRO-pagina voor de Coördinator Ondergrond  met een functiebeschrijving en een Checklist Implementatie BRO.

Ik wil mijn collega’s informeren over de BRO. Zijn er basispresentaties?

Ja dat kan zeker. We hebben een serie presentaties gemaakt die bedoeld zijn voor trainingen en presentaties. Je kunt ze vinden in de Toolkit Communicatie die staat op de Service & Contact pagina. De PowerPoint-sheets zijn toegankelijk voor iedereen met of zonder enige basiskennis van de BRO. Er is een startpresentatie 'De BRO in vogelvlucht' die je kunt uitbreiden met 'De Wet Bro', 'De registratieobjecten' en 'Werken met de BRO'. Je kunt de presentaties benutten voor bewustwording en kennisoverdracht.

Is er een landelijke voorziening?

Ja, de Landelijke Voorziening (LV) is door TNO ontwikkeld en wordt door TNO beheerd. De BRO is in dat opzicht te vergelijken met de Basisregistratie grootschalige topografie (BGT). Bronhouders hoeven zelf geen basisregistratie te voeren

Zie ook: landelijke voorziening

Wie is beheerder van de landelijke voorziening?

TNO, onderdeel Geologische Dienst Nederland (GDN), is aangewezen als ontwikkelaar en beheerder van de Landelijke Voorziening (LV) BRO. Het gaat niet alleen over de ICT-voorziening, maar ook over de inname, het beheer, en de gestandaardiseerde verstrekking van de gegevens in de LV BRO.

Welke generieke voorzieningen gaat de BRO gebruiken zoals Digikoppeling?

De BRO zal aansluiten bij stelselstandaarden en de generieke voorzieningen van het stelsel zoals Digimelding en Digikoppeling gebruiken. Voor gebruik van het Bronhouderportaal moet het bestuursorgaan toegang hebben tot eHerkenning 2+. Zie ook de stelsels van basisregistraties voor meer informatie.

Wat verandert er voor een afdeling ICT bij de bronhouder?

Dit is situatieafhankelijk. In het geval een bronhouder vanuit een eigen systeem aan het Bronhouderportaal wil aanleveren, zal dat systeem hiervoor geschikt moeten worden gemaakt. Bronhouders kunnen de aanlevering van BRO-gegevens ook uitbesteden aan hun opdrachtnemers (via het Bronhouderportaal) en voor de raadpleging van de BRO de generieke raadpleegvoorzieningen van de LV gebruiken. In dat geval zal de BRO geen substantiële impact hebben op de ICT-huishouding.

Hebben bronhouders een nieuwe applicatie nodig voor gegevens?

Het uitgangspunt voor het ministerie van BZK is dat levering van gegevens zo veel mogelijk door de opdrachtnemende uitvoerder gebeurt via het Bronhouderportaal. Dan hoeft geen specifieke applicatie bij de bronhouder te worden geïnstalleerd om levering aan de LV mogelijk te maken. Alleen eHerkenning 2+ moet worden geregeld.

Hoe hoog worden de administratieve lasten voor de bronhouders?

Eenmalige kosten die bronhouders maken voor de implementatie van de BRO in de eigen organisatie worden uit eigen middelen gefinancierd. Bronhouders zullen deze investering in veel gevallen terugverdienen door een besparing op onderzoekskosten, vermindering van faalkosten en een efficiënter beheer en gebruik van gegevens over de ondergrond. Hoe hoog die kosten zullen zijn, is niet te voorspellen en afhankelijk van de organisatie en hun keuzes.

Om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken, stelt het ministerie van BZK het Bronhouderportaal BRO beschikbaar (2.8). Dat maakt het mogelijk om de leveringsplicht zoveel mogelijk via bestaande processen met uitvoerende partijen te laten lopen, zodat de financiële en organisatorische inspanning beperkt blijft.

Welke baten kan ik verwachten?

De baten liggen vooral in betere en goedkopere voorbereiding van projecten en in het verminderen van risico’s en faalkosten tijdens de uitvoering. Als er al gegevens bekend zijn, hoeven deze niet opnieuw ingewonnen te worden (bijvoorbeeld sonderingen of boringen). Het hebben van een totaaloverzicht van relevante bodem- en ondergrondinformatie kan aanzienlijk schelen in de voorbereidingskosten. Verder voorkomt een goed inzicht in de bodem dat tijdens de projectuitvoering onverwachte problemen optreden. De posten ‘onvoorzien’ en ‘projectrisico’, die in de meeste projectbegrotingen zijn opgenomen, kunnen dan worden verlaagd. Er zijn reële becijferingen geweest die deze verlaging op 2% tot 5% van de post onvoorzien projectrisico stellen.

Naast de baten bij de uitvoering van werken, is een goede informatievoorziening over de ondergrond van wezenlijk belang voor het realiseren van bestuurlijke ambities als het omgevingsplan, de energietransitie, watertoets en dergelijke. De verwevenheid van de bovengrond met de ondergrond is erg groot, het is niet mogelijk om goed beleid te ontwikkelen zonder inzicht in dat wat onder het maaiveld zit.

Diverse Praktijkvoorbeelden van de BRO geven inzicht in de kansen, opgaven en risico’s bij ruimtelijke planvorming.

Wat zijn de afnamekosten?

Gegevenslevering via de website en het gebruik van standaard voorzieningen voor geautomatiseerde inzage zijn voor alle partijen gratis. Als gebruikers gegevens op een andere wijze willen ontvangen, zullen hiervoor maatwerkafspraken moeten worden gemaakt met TNO. Daaraan zullen in de regel kosten zijn verbonden, waarvoor artikel 14 van de Regeling bro van toepassing is.

Wat gebeurt er met de gemeentelijke bodeminformatiesystemen (BIS)?

Een BIS wordt door het bevoegd gezag gebruikt om gegevens uit bodemonderzoek en informatie over de aanwezigheid en aanpak van bodemverontreiniging vast te leggen. Het is voor het bevoegd gezag niet verplicht om een BIS te gebruiken. Er is ook geen landelijke afspraak over wat in een BIS moet worden vastgelegd. Dit is aan het bevoegd gezag zelf.

De gegevens die in het BIS zijn vastgelegd kunnen worden doorgeleverd aan de BRO, maar het aanleveren aan de BRO kan ook via andere software worden gedaan.

De BRO Milieukwaliteit maakt het BIS niet overbodig want het dient een breder doel: Een BIS ondersteunt een werkproces. Bovendien valt niet alle informatie die het bevoegd gezag vastlegt in het BIS onder de leverplicht voor SAD of SLD. Zo kan een bevoegd gezag bijvoorbeeld ook een Saneringsplan of een onderzoek van waterbodems in BIS registreren, maar vallen deze niet onder de scope van SAD. Wat wordt ingevoerd in het BIS, en valt onder de leverplicht voor BRO milieukwaliteit, kan vanuit het BIS via één druk op de knop worden aangeboden aan de BRO voor registratie. Daarbij wordt een check uitgevoerd of de ingevoerde gegevens voldoen aan de eisen uit de gegevenscatalogus voor SAD of SLD.

Er is sprake van eenmalige invoer (in het BIS) en meervoudig gebruik (via BRO en andere loketten).

Ik kom vaak afkortingen tegen van registratieobjecten. Waar vind ik een overzicht?

Op de site hebben we een overzicht gezet. De namen van de registratieobjecten zijn vaak lang. Daarom gebruikt iedereen die vaak met de BRO werkt liever de afkortingen. Voor eenduidig gebruik en begrip is een tabel met verklaringen van afkortingen gemaakt.

Waar kan ik wensen of verzoeken voor verbetering van de BRO indienen en wat gebeurt daarmee?

Je kunt wensen of verzoeken voor verbeteringen eenvoudig doorgeven via het contactformulier van de BRO Servicedesk en daarbij ‘wijzigingsverzoek’ aanvinken. Jouw wens of verzoek voor verbetering van de BRO wordt dan meegenomen in het BRO backlogoverleg. Alle wijzigingsverzoeken doorlopen een zorgvuldig proces en we houden jou uiteraard op de hoogte van de uitkomst. Lees meer over het proces van wijzigingsverzoeken.

Hoe kan ik algemene feedback geven op de BRO?

Samen maken we de BRO, dus jouw feedback is zeer welkom. Als je bijvoorbeeld twijfelt aan de juistheid van gegevens kun je een terugmelding doen. Heb je een wens of een wijzigingsverzoek, dan lees je hier hoe dat werkt en welke stappen dan worden doorlopen.

Wil je structureel meedenken? Dan zijn er de Ketendagen. Verder is er natuurlijk de Servicedesk voor al je vragen of reacties.

Ik heb een wijzigingsverzoek ingediend. Hoe lang duurt het tot deze is verwerkt?

Heb je een suggestie voor een verbetering in de BRO? Dan kun je dat als wijzigingsverzoek doorgegeven aan de BRO Servicedesk (dit is uiteraard wat anders dan een correctieverzoek). Nadat je een wijzigingsverzoek hebt ingediend, wordt een aantal stappen doorlopen. Vaak moet voor een wijziging de gegevensstandaard aangepast worden. Daarbij is het goed om te weten dat de ontwikkeling van een nieuwe standaard een lange doorlooptijd heeft. Maar laat je daardoor zeker niet weerhouden! Dus heb je een wens? Laat het ons weten.



Delen
  • Delen op Facebook
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op X
  • Download PDF

Over ons

Dit is de website van het Programma Basisregistratie Ondergrond. Het programma werkt aan een landelijke voorziening met betrouwbare  informatie over de Nederlandse bodem en ondergrond, die voor iedereen toegankelijk is.

Onze partners:

Afbeelding partners van de BRO

Contact

Met vragen en opmerkingen kun je contact opnemen via het contactformulier.

Volg ons

Newsletter Nieuwsbrief

LinkedIn LinkedIn

Youtube YouTube-kanaal

BRO: transparant  - overzichtelijk -  toegankelijk

BRO-website in het Engels

Over deze site

  • Persoonsgegevens
  • Toegankelijkheid
  • Verantwoording
  • Persvoorlichting
  • Archief