Zoeken - Zoekresultaten
Het model Grondwaterspiegeldiepte wordt in opdracht van bronhouder Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gemaakt door Wageningen Environmental Research (WENR). Sinds 2022 maakt het model Grondwaterspiegeldiepte deel uit van de Basisregistratie Ondergrond. Het is nu dus een wettelijk model, dat betekent dat het gebruik verplicht is voor bestuursorganen. Ook zijn gebruikers verplicht om een terugmelding bij de BRO te doen als ze twijfelen over de juistheid van een aspect van het model.
Het model GeoTOP wordt in opdracht van bronhouder ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gemaakt door de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO. Sinds 2020 maakt het model GeoTOP deel uit van de Basisregistratie Ondergrond. Het is nu dus een wettelijk model, dat betekent dat het gebruik verplicht is voor bestuursorganen. Ook zijn gebruikers verplicht om een terugmelding bij de BRO te doen als ze twijfelen over de juistheid van een aspect van het model.
Het model REGIS II wordt in opdracht van bronhouder ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gemaakt door de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO. Sinds 2020 maakt het model REGIS II deel uit van de Basisregistratie Ondergrond. Het is nu dus een wettelijk model, dat betekent dat het gebruik verplicht is voor bestuursorganen. Ook zijn gebruikers verplicht om een terugmelding bij de BRO te doen als ze twijfelen over de juistheid van een aspect van het model.
Het Digitaal Geologisch Model wordt in opdracht van bronhouder ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gemaakt door de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO. Sinds 2020 maakt het Digitaal Geologisch Modeldeel uit van de Basisregistratie Ondergrond. Het is nu dus een wettelijk model, dat betekent dat het gebruik verplicht is voor bestuursorganen. Ook zijn gebruikers verplicht om een terugmelding bij de BRO te doen als ze twijfelen over de juistheid van een aspect van het model.
Een grondwatermonitoringnet valt onder de verantwoordelijkheid van één bronhouder en heeft één vastgesteld monitoringdoel.
In de praktijk komt het voor dat een grondwatersamenstellingsonderzoek (GAR) meerdere doelen heeft. Een bronhouder kan bijvoorbeeld besluiten om één grondwatersamenstellingsonderzoek te laten doen en de resultaten zowel voor de Kaderrichtlijn Waterverplichtingen als voor een eigen provinciaal monitoringdoel te gebruiken. Gewoonweg omdat één onderzoek efficiënter is. Omdat er voor afzonderlijke monitoringdoelen verschillende grondwatermonitoringnetten zijn, betekent dit voor de Basisregistratie Ondergrond dat een grondwatersamenstellingsonderzoek kan toebehoren aan één of meerdere grondwatermonitoringnetten. Dit wordt geregistreerd door in het betreffende GAR brondocument aan te geven dat het onderzoek gerelateerd is aan beide grondwatermonitoringnetten.
Een grondwatermonitoringnet valt onder de verantwoordelijkheid van één bronhouder en heeft één vastgesteld monitoringdoel.
In de praktijk komt het voor dat een grondwatersamenstellingsonderzoek (GAR) meerdere doelen heeft. Een bronhouder kan bijvoorbeeld besluiten om één grondwatersamenstellingsonderzoek te laten doen en de resultaten zowel voor de Kaderrichtlijn Waterverplichtingen als voor een eigen provinciaal monitoringdoel te gebruiken. Gewoonweg omdat één onderzoek efficiënter is. Omdat er voor afzonderlijke monitoringdoelen verschillende grondwatermonitoringnetten zijn, betekent dit voor de Basisregistratie Ondergrond dat een grondwatersamenstellingsonderzoek kan toebehoren aan één of meerdere grondwatermonitoringnetten. Het onderzoek moet dan bij beide registratieobjecten, dus beide grondwatermonitoringnetten, geregistreerd worden.
Elke tweede donderdag van de maand een nieuw BRO'tje .
Elke tweede donderdag van de maand een nieuw BRO'tje .
Elke tweede donderdag van de maand een nieuw BRO'tje .
Het werkproces voor gebruikers verandert niet. Wel zijn een paar velden aan het Landelijk Grondwaterregister (LGR) toegevoegd of qua formulering aangepast, zodat de gegevens voldoen aan de verplichtingen voor de Basisregistratie Ondergrond. Voor puntlocaties is het LGR al gereed. Voor de lijn- en vlakregistraties wordt de applicatie van het LGR nog uitgebreid. Zodra dat ook is gerealiseerd voldoen de gegevens ook aan de BRO-standaard.
Van elk kaartvlak op de Bodemkaart – te zien op bijvoorbeeld BROloket.nl - wordt op https://legenda-bodemkaart.bodemdata.nl/ beschreven tot welke bodem(hoofd)klasse het vlak wordt gerekend, de aard, dikte en samenstelling van zowel de boven- als ondergrond en de mate van bodemvorming. Daarnaast wordt, indien relevant, aanvullende informatie gegeven over aanwezigheid van afwijkende lagen en het kalkverloop. De bodemcode van het bodemvlak op BROloket correspondeert met de code in de online legenda.
Je kunt hier alle webinars uit de serie BRO'tjes terugkijken en de presentaties downloaden.
Mailinglist vaste gast sprintreviews Milieukwaliteit
Mailinglist vaste gast BRO'tjes
Het model Grondwaterspiegeldiepte richt zich primair op het niet-verharde, niet-bebouwde deel van Nederland. In het stedelijk gebied kan de grondwaterspiegeldiepte door menselijke invloeden in de ondergrond een grote variatie hebben op een kleine schaal. Hiervoor is het model Grondwaterspiegeldiepte niet geschikt waardoor het stedelijk gebied een witte vlek vormt in het model. Bij rivieren wordt er gesproken over oppervlaktewater waardoor deze niet worden meegenomen in het model Grondwaterspiegeldiepte.
De Klimaateffectatlas of de Archeologische Landschappenkaart van de RCE tonen informatie van pre-stedelijk landschap onder stedelijk gebied.
Tijdens de GeoWeek krijgen leerlingen van 10 tot 15 jaar de kans om kennis te maken met het geo-werkveld. Dit doen ze aan de hand van expedities die gegeven worden door bedrijven uit de geo-sector.
Als de wettelijke ingangsdatum voor een registratieobject ingaat, dan geldt de verplichting voor nieuwe gegevens. Op die manier zijn de nieuwste gegevens ook gelijk te gebruiken bij vragen in relatie tot de ondergrond. Daarna is er tijd om de oudere gegevens aan te leveren, ofwel de gegevens van voor de wettelijke invoering van het registratieobject.
Noord-Nederlandse Bodemdag
Deze tool maakt profielen van sonderingen en boringen uit de BRO.
Zeker, op die manier krijg je een beter inzicht in de ondergrond. Benut de tips bij BRO en de bronnen. Er zijn bovendien veel verschillende manieren om BRO-data (of modellen) met je eigen gegevens te combineren en zelfs een digital twin te maken. Dat is ook in 3D mogelijk. De SubsurfaceViewer of de BRO 3D webservices bieden dan uitkomst.
Zeker, op die manier krijg je beter inzicht in de ondergrond. Benut de tips bij BRO en de bronnen. Er zijn bovendien veel verschillende manieren om BRO-data (of modellen) met je eigen gegevens te combineren en zelfs een digital twin te maken. Dat is ook mogeljk in 3D. De SubsurfaceViewer of de BRO 3D webservices bieden dan uitkomst.
Mailinglist vaste gast Ketendemo
Voor verschillende bronhouders heeft TNO data vanuit DINO gemigreerd naar de Basisregistratie Ondergrond. Als daarna (nog) correcties nodig zijn van die data, dan is het aan de bronhouder om een andere partij bereid te vinden om die gegevens te corrigeren (tenzij bij die migratie vanuit DINO fouten zijn gemaakt). Datzelfde geldt voor terugmeldingen op gemigreerde data.
Met deze tool van de gemeente Amsterdam combineer je data uit de GeoTOP met andere geodata.
De baten liggen in onderling delen van data, betere beschikbaarheid, uniformiteit en volledigheid. Berekend is dat dit leidt tot jaarlijks € 9 miljoen aan baten voor netbeheerders en € 3 miljoen aan baten voor gemeenten (bron: vervolgonderzoek Milieuhygiënische bodemkwaliteitsgegevens in de Basisregistratie Ondergrond, 2021). Daarnaast zijn er ook baten die niet in geld uit te drukken zijn, zoals meer beschikbare milieugegevens voor het opstellen van beleid en veiliger werken in de grond met name bij spoedreparaties.