Modellen

Van veel locaties in Nederland zijn ondergrondgegevens bekend. De samenhang tussen de gegevens op verschillende locaties is ook relevant, daarom worden ook een aantal modellen opgenomen in de BRO.

Modellen geven een beeld van de ondergrond, een schematische weergave. Ook een kaart is een schematische weergave en wordt in de BRO een model genoemd. Wat de modellen in de BRO onder meer uniek maakt, is het geografische bereik. De BRO-modellen beslaan heel Nederland, het Nederlands Continentaal Plat of beide. Dat maakt ze geschikt voor landelijk of regionaal gebruik. Voor lokale vraagstukken kunnen de modellen  als raamwerk gebruikt worden om vervolgens meer detail aan te brengen.

In de Basisregistratie Ondergrond worden de volgende typen modellen opgenomen:

  • Geomorfologische modellen: modellen op basis van eenheden die de vormen van het landschap en de factoren die ervoor gezorgd hebben dat het landschap er zo uit ziet beschrijven. Hierbij kan gedacht worden aan de aanwezigheid van ijskappen in het verleden of de invloed van wind en rivieren.
  • Bodemkundige modellen: modellen op basis van eenheden met specifieke bodemkundige eigenschappen, bijvoorbeeld bepaald door bodemvormende processen, textuur of gelaagdheid.
  • Geologische modellen: modellen op basis van eenheden met specifieke geologische eigenschappen, bijvoorbeeld bepaald door ouderdom en afzettingsmilieu.
  • Hydrogeologische modellen: modellen op basis van eenheden met specifieke geohydrologische eigenschappen, bijvoorbeeld het vermogen om water door te laten of juist niet.

(07012020) Domeinen_Modellen

Welke modellen?

Onder de Basisregistratie Ondergrond vallen een aantal specifieke modellen:

  • Digitaal Geologisch Model (DGM)
  • REGIS II, hydrogeologisch model
  • GeoTOP
  • Bodemkaart
  • Geomorfologische kaart van Nederland
  • Model Grondwaterspiegeldiepte

Bekijk in de planning wanneer de inwerkingtreding is voor de BRO.

Verplicht gebruik

Vanwege het verplicht gebruik van de modellen voor bronhouders is het goed om te weten wat de verschillen zijn tussen de modellen en hoe u de modellen gebruikt. Het zijn immers schematische weergaves van de werkelijkheid. De modellen geven een voorspelling van de opbouw van de bodem; het is niet een exacte weergave van de werkelijkheid. Om die reden is het belangrijk om gepast om te gaan met de onzekerheid die dat oplevert. Het vraagt dan ook de nodige expertise om de modellen op de juiste wijze te interpreteren en toe te passen.

Extra informatie per model

Raadpleeg ook de aanvullende informatie bij elk model op deze site, zoals bij de registratieobjecten. Verder staat op BROloket toelichting op de modellen en vindt u daar – evenals in de download van elk model - een aantal aanvullende documenten, zoals een kwaliteitsrapport en een totstandkomingsrapport. Elk model is bovendien voorzien van een zogenoemde nomenclator ofwel toelichting op de legenda met informatie over specifieke lagen of landvormen. Hierin is opgenomen welke eenheden in het model worden onderscheiden en wat de eigenschappen van die eenheden zijn.

Zodra u een model download ontvangt u naast de zip met het model ook een zip met metadata. Deze metadata beschrijft de registratiegeschiedenis en de wettelijk verplichte velden van het model. Ook wordt aangegeven – voor zover van toepassing - welke delen van het model in onderzoek staan vanwege terugmeldingen en u krijgt voorgaande versies.

Bronhouder en gegevensleverancier

Een ministerie is bronhouder van het model. De gegevensleverancier is Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, of Wageningen Environmental Research. Zij hebben de modellen en kaarten ontwikkeld.

Een model kent een specifiek productieproces dat onder de verantwoordelijkheid van de registratiebeheerder wordt uitgevoerd. In dat productieproces worden gegevens uit andere domeinen gebruikt en omgezet naar interpretaties. De interpretaties die in het proces van modelleren ontstaan vallen onder het registratieobject.