Modellen

Van veel locaties in Nederland zijn ondergrondgegevens bekend. De samenhang tussen de gegevens op verschillende locaties is ook relevant, daarom zijn er 6 modellen opgenomen in de BRO.

Modellen geven een beeld van de ondergrond, een schematische weergave. Ook een kaart is een schematische weergave en wordt in de BRO een model genoemd. Ook een kaart is een geschematiseerde weergave en wordt daarom in de BRO een model genoemd.

Wat de modellen in de BRO onder meer uniek maakt, is het geografische bereik. De BRO-modellen beslaan heel Nederland, het Nederlands Continentaal Plat of beide. Dat maakt ze geschikt voor landelijk of regionaal gebruik. Voor lokale vraagstukken kunnen de modellen als basis dienen voor studies die meer detail aanbrengen.

In de Basisregistratie Ondergrond zijn de volgende typen modellen opgenomen:

  • Geomorfologisch model: model op basis van eenheden die de vormen van het landschap beschrijven en de factoren die ervoor gezorgd hebben dat het landschap er zo uitziet. Hierbij kan gedacht worden aan stuwwallen gevormd door  ijskappen uithet verleden of stuifduinen gevormd door de invloed van wind.
  • Bodemkundig model: model op basis van eenheden met specifieke bodemkundige eigenschappen, bepaald door bodemvormende processen of menselijk handelen. Voorbeelden zijn textuur of gelaagdheid.
  • Geologisch model: model op basis van eenheden met specifieke geologische eigenschappen, bijvoorbeeld bepaald door ouderdom en afzettingsmilieu.
  • Hydrogeologisch model: model op basis van eenheden met specifieke geohydrologische eigenschappen, bijvoorbeeld het vermogen om water door te laten of juist niet.

Welke modellen?

Onder de Basisregistratie Ondergrond vallen 6 specifieke modellen:

  • Digitaal Geologisch Model (DGM)
  • REGIS II, hydrogeologisch model
  • GeoTOP
  • Bodemkaart
  • Geomorfologische kaart van Nederland
  • Model Grondwaterspiegeldiepte

Verplicht gebruik

Vanwege het verplicht gebruik van de modellen voor bronhouders is het goed om te weten wat de verschillen zijn tussen de modellen en hoe je de modellen gebruikt. Het zijn immers schematische weergaves van de werkelijkheid. De modellen geven een voorspelling van de opbouw van de bodem; het is niet een exacte weergave van de werkelijkheid. Om die reden is het belangrijk om gepast om te gaan met de onzekerheid die dat oplevert. Het vraagt dan ook de nodige expertise om de modellen op de juiste wijze te interpreteren en toe te passen.

Extra informatie per model

Raadpleeg ook de aanvullende informatie bij elk model op deze site, zoals bij de registratieobjecten en lees voor meer informatie de  Storymap Modellen. Verder staat op BROloket toelichting op de modellen en vind je daar – evenals in de download van elk model - een aantal aanvullende documenten, zoals een kwaliteitsrapport en een totstandkomingsrapport. Elk model is bovendien voorzien van een toelichting op de legenda met informatie over specifieke lagen of landvormen (nomenclator). Hierin is opgenomen welke eenheden in het model worden onderscheiden en wat de eigenschappen van die eenheden zijn.

Zodra je een model download ontvang je naast de zip met het model ook een zip met metadata. Deze metadata beschrijft de registratiegeschiedenis en de wettelijk verplichte velden van het model. Ook wordt aangegeven – voor zover van toepassing - welke delen van het model in onderzoek staan vanwege terugmeldingen en je krijgt voorgaande versies.


Storymap Modellen

Aan de hand van kaarten, 3D-scenes, filmpjes, foto’s en teksten leidt dit online kaartverhaal jou door de BRO-ondergrondmodellen.

Bekijk de modellen

Screenshot BROloket