4 plichten uit de wet

Bestuursorganen en Bronhouders hebben plichten die voortvloeien uit de Wet Bro:

  1. Leverplicht (bronhouders)
  2. Gebruiksplicht (bestuursorganen)
  3. Meldplicht (bestuursorganen)
  4. Onderzoeksplicht (bronhouders)

Figuur: Infographic over de vier plichten: leveren, gebruiken, terugmelden, onderzoeken.

1. Leverplicht

De bronhouder moet ondergrondgegevens die uit naam van deze bronhouder worden ingewonnen, aanleveren aan de BRO via het Bronhouderportaal BRO. De bronhouder is ervoor verantwoordelijk dat de gegevens voldoen aan de kwaliteitseisen van het informatiemodel. De Bronhouder kan een inhoudelijke kwaliteitstoets uitvoeren, waarin wordt gecontroleerd op inhoudelijke kwaliteit. Bij goedkeuring geeft de bronhouder akkoord op de gegevens en biedt die vervolgens aan bij de Landelijke Voorziening BRO.

2. Gebruiksplicht

Bestuursorganen (rijk, provincies, gemeenten, waterschappen) hebben een gebruiksplicht (Wet Bro artikel 27): zij moeten BRO-gegevens gebruiken. In de praktijk besteden bestuursorganen werkzaamheden steeds vaker uit aan het bedrijfsleven. De gebruiksplicht wordt daarmee in feite doorgezet naar hoofdaannemers en daaronder de onderaannemers.

3. Meldplicht

Een bestuursorgaan dat twijfel heeft over de vraag of een authentiek gegeven in de BRO overeenstemt met de fysieke werkelijkheid, meldt dit aan de beheerder van de BRO - in dit geval TNO.  Hij of zij geeft daar ook de reden voor aan. Ook als een bestuursorgaan vermoedt dat een authentiek gegeven in de BRO ontbreekt, is melding daarvan verplicht.

4. Onderzoeksplicht

Bronhouders zijn volgens de Wet Bro verplicht om terugmeldingen op BRO-objecten te onderzoeken. Een onderzoek kan in leiden tot een mutatie of correctie op de gegevens die opgeslagen zijn in de LV BRO.