Ga naar de inhoud
beeldmerk RijksoverheidMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Direct naar
  • Inloggen Bronhouderportaal
  • BROloket
  • BRO Productomgeving
BRO | Basisregistratie Ondergrond
  • Home
  • Actueel
  • Inhoud BRO
  • Werken met de BRO
  • Doe mee
  • Praktijk
  • Service & contact
  • Inloggen Bronhouderportaal
  • BROloket
  • BRO Productomgeving
  1. Home ›
  2. Inhoud BRO ›
  3. Veelgestelde vragen ›
  4. Milieukwaliteit: Wat moet je aanleveren?

Milieukwaliteit: Wat moet je aanleveren?

Welke registratieobjecten horen bij Milieukwaliteit?

Milieukwaliteit heeft 2 registratieobjecten:

  • Milieuhygiënisch bodemonderzoek (SAD)

  • Overheidsbesluit bodemverontreiniging (SLD)

Meer informatie hierover vind je op onze website: https://basisregistratieondergrond.nl/inhoud-bro/registratieobjecten/milieukwaliteit/

Gaat SIKB in de nieuwe 2001 protocollen NEN 14688 voorschrijven?

BRO volgt de ontwikkelingen van SIKB, maar kan geen uitspraken doen over wat SIKB voorschrijft. In alle gevallen zal de BRO de ontwikkelingen van het werkveld volgen en geen normen aan het werkveld opleggen. Naast de NEN 14688/ NEN 8990 lijkt vooral ook de toekomstige NEN 6693 belangrijk binnen het domein milieukwaliteit.

Wat moet ik leveren aan de BRO voor milieuhygiënisch bodemonderzoek (SAD)?

Sinds 1 juli 2025 leveren bronhouders brondocumenten die zij ontvangen of genereren bij het verrichten van werkzaamheden, aan de BRO conform het IMBRO-regime (artikel 9 van de Wet Bro en artikel 2.2.1 van het Besluit Bro).
Voorbeelden van deze werkzaamheden zijn bodemonderzoeken die een opdrachtnemer (bijvoorbeeld aannemer) uitvoert in opdracht van een bronhouder, bijvoorbeeld voor planontwikkeling of omdat er grond wordt aangekocht of verkocht. Of bodemonderzoeken die een bronhouder in eigen beheer verricht, bijvoorbeeld voorafgaand aan graafwerken voor de realisatie van wegen, een riolering e.d. Hulpmiddel hierbij kan zijn Contractafspraken voorbeeldtekst | Basisregistratieondergrond
.

Als bronhouders – in hun rol van bevoegd gezag - brondocumenten ontvangen of genereren bij het uitvoeren van een wettelijke taak geldt dit ook. Echter, aangezien  de Verzamelregeling IenW bodem 2026 nog niet is vastgesteld, vraagt het ministerie van BZK dit momenteel nog niet van bronhouders bij het uitvoeren van een wettelijke taak. Als de Verzamelregeling IenW bodem 2026 is gewijzigd, is dit de sluitende juridische basis waarmee het aanleveren van brondocumenten afdwingbaar wordt richting indieners. De regeling schrijft dan voor dat bij het aanvragen van een vergunning of melding- of informatieplicht gegevens over milieuhygiënisch bodemonderzoek moeten worden aangeleverd in het bestandsformaat XML volgens SIKB0101. De milieusector werkt al jaren met SIKB0101, een digitale standaard voor het uitwisselen van milieugegevens.

Als de bronhouder wel brondocumenten ontvangen volgens het IMBRO-regime mogen deze natuurlijk wel naar de BRO.  Zo kan een gemeente, provincie, waterschap of Rijk voorschrijven dat de informatie wordt aangeleverd in het bestandsformaat XML volgens SIKB0101. Zie ‘Hoe kan een bronhouder regelen dat gegevens in het juiste format worden ingediend, zodat de bronhouder deze eenvoudig kan doorleveren aan BRO?’.

Brondocumenten ontvangen of gegenereerd vóór de aanwijzing van SAD als registratieobject, 1 juli 2025, leveren bronhouders aan de BRO conform IMBRO/A binnen vijf jaar – dus vóór 1 juli 2030 -, als de brondocumenten in digitale vorm en op gestructureerde wijze zijn opgeslagen (artikel 40 van de Wet Bro). Als de gegevens aan de voorwaarden van het IMBRO-regime voldoen, worden de gegevens onder dit regime geleverd binnen vijf jaar, dus vóór 1 juli 2030.

Brondocumenten over bodemonderzoeken waartoe een bronhouder schriftelijke opdracht heeft gegeven vóór de aanwijzing van SAD, hoeft een bronhouder gedurende drie jaar na aanwijzing – dus tot 1 juli 2028 - niet te leveren aan de BRO (artikel 41 van de Wet Bro). Na deze drie jaar geldt de leverplicht, als de brondocumenten in digitale vorm en op gestructureerde wijze zijn opgeslagen  (artikel 40 Wet Bro).

Wat moet ik leveren aan de BRO voor overheidsbesluiten bodemverontreiniging (SLD)?

Gegevens over bodemkwaliteit conform de catalogus SLD, die een bronhouder als bevoegd gezag vastlegt. Het gaat hier met name om gegevens over verandering in bodemkwaliteit als gevolg van graven of saneren. Of in het verleden het vaststellen van geval van ernstige bodemverontreiniging, instemmen met saneringsevaluatie en vaststellen van nazorg. Dit legt het bevoegd gezag vast in communicatie met de initiatiefnemer en in het bodeminformatiesysteem (artikel 9 van de Wet Bro; artikel 2.2.2 van het Besluit Bro).

Gegevens over SLD ontvangen of gegenereerd vóór de aanwijzing van SLD als registratieobject - dus vóór 1 januari 2026 - leveren bronhouders aan de BRO conform IMBRO/A binnen vijf jaar – dus vóór 1 januari 2031 -, als de gegevens voldoen aan IMBRO/A (artikel 40 van de Wet Bro). Als de gegevens aan de voorwaarden van het IMBRO-regime voldoen, worden de gegevens onder dit regime geleverd binnen vijf jaar, dus vóór 1 januari 2031.’

Welke zaken hoef ik NIET aan te leveren?

  1. Er is een aantal typen onderzoeksrapport dat is uitgesloten van BRO. Dit betreft met name plannen (plan van aanpak, (deel)saneringsplan, monitoringsplan). Het overzicht van rapporten die wel in SAD kunnen worden aangeleverd is te vinden in de gegevenscatalogus SAD (tabel in paragraaf 7.21 Onderzoekstype).

    Als je de resultaten van bijvoorbeeld een saneringsplan toch wil registreren, dan kan dat in de BRO als Evaluatierapport onder SAD en als Aangepakt gebied (deelsaneringscontour) en eventueel nazorggebied onder SLD.

  1. Verder kan een bronhouder ervoor kiezen om gevoelige gegevens (bijvoorbeeld grondtransacties) nog niet te delen.

Is er een simpel overzicht van alle SIKB-codes die wel/niet mee gaan naar BRO?

Ja. Dit overzicht staat in de waardetabellen in hoofdstuk 7 van de catalogus (SAD en SLD). Deze waarden worden ook getoond op de domeintabellenservice van SIKB <codes.sikb.nl>

Tot hoe ver terug in de tijd moet ik onderzoekgegevens invoeren?

Vanaf 1-7-2025 geldt de plicht om binnen 5 jaar gegevens te leveren aan de BRO.
Het gaat om gegevens die:

  • dateren van vóór 1-7-2025
  • bruikbaar zijn
  • een digitale, gestructureerde vorm hebben
  • de bronhouder in eigen bezit heeft, of die zich in een registratie bevinden bij derden die in opdracht van bronhouder wordt bijgehouden

Deze gegevens moeten dus vóór 1-7-2030 worden geleverd aan de BRO.
Zie de wijziging van artikel 40 van de Wet Bro.

Uitgangspunt bij historische gegevens blijft: aanlevering onder IMBRO/A op basis van ‘as-it-is’ in het BIS. Er is dus geen plicht om gegevens in het BIS aan te vullen als die niet voldoen aan het IMBRO/A-regime. Voor de duidelijkheid: als gegevens as-it-is niet voldoen aan IMBRO/A regime kunnen ze ook niet in de BRO worden opgenomen. Uiteraard kan een bronhouder wel alsnog gegevens aanvullen en overgaan tot vrijwillige levering, maar dat is aan hemzelf om te besluiten. Dit hoeft ook niet binnen de in artikel 40 genoemde vijfjaarstermijn te gebeuren.

Is het opnemen van oude onderzoeken in de BRO wel effectief?

Ook nu al wordt gebruik gemaakt van oude onderzoeken in verschillende applicaties. Bodemloket, het BIS van een overheid en andere applicaties maken geen onderscheid op basis van rapportdatum.

In verschillende systemen zijn zeer veel data opgeslagen (waarschijnlijk meer dan een miljoen bodemonderzoeken). Een knelpunt is dat deze data zeer versnipperd zijn, niet altijd goed toegankelijk en van een wisselend kwaliteitsniveau. De BRO beoogt deze data beter en uniform toegankelijk te maken. Uit onderzoek blijkt dat de grootste toegevoegde waarde zit in het bijeenbrengen van bestaande data van zowel overheden als private organisaties en deze op een uniforme wijze toegankelijk en beschikbaar te stellen.

Vallen particuliere milieutechnische bodemonderzoeken ook binnen de BRO?

Particuliere milieutechnische bodemonderzoeken vallen onder de BRO zodra dat onderzoek in het kader van een wettelijke procedure, bijvoorbeeld een omgevingsvergunning, wordt ingediend bij een overheid. Die overheidsinstantie is dan de bronhouder vanuit hun rol als bevoegd gezag, en de data valt dan onder het BRO-domein Milieukwaliteit.
Onderzoeken en data die alleen worden gedeeld tussen private instanties en/of particulieren, vallen niet onder de BRO. Het gaat dan om bijvoorbeeld onderzoeken in het kader van de aankoop van een locatie. Deze onderzoeken hoeven niet bij de overheid worden ingediend, en de overheid is geen partij in de transactie, daardoor vallen deze onderzoeken ook buiten de scope van de BRO.

Worden partijkeuringen ook meegenomen?

De BRO is niet bedoeld voor ‘dynamische data’. Zo worden ook geen data van de natte waterbodem opgenomen in de BRO. In het scopedocument is op hoofdlijnen aangegeven welk type onderzoek in de BRO wordt geregistreerd. Data van in-situ partijkeuringen kunnen wel relevant zijn omdat die iets zeggen over de kwaliteit van de bodem ter plekke. Het is daarom mogelijk om rapporten van type ‘partijkeuringGrond’ te registreren.

  • 1
  • 2
  • 3
  • volgende pagina


Delen
  • Delen op Facebook
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op X
  • Download PDF

Over ons

Dit is de website van het Programma Basisregistratie Ondergrond. Het programma werkt aan een landelijke voorziening met betrouwbare  informatie over de Nederlandse bodem en ondergrond, die voor iedereen toegankelijk is.

Onze partners:

Afbeelding partners van de BRO

Contact

Met vragen en opmerkingen kun je contact opnemen via het contactformulier.

Volg ons

Newsletter Nieuwsbrief

LinkedIn LinkedIn

Youtube YouTube-kanaal

BRO: transparant  - overzichtelijk -  toegankelijk

BRO-website in het Engels

Over deze site

  • Persoonsgegevens
  • Toegankelijkheid
  • Verantwoording
  • Persvoorlichting
  • Archief