Aanleveren gegevens grondwatermonitoringsput

Veel bronhouders hebben gegevens van grondwatermonitoringsputten aangeleverd en zijn alweer een stapje verder. Zij willen bijvoorbeeld putten met historie aanleveren of gegevens corrigeren. Voor iedereen die aan de slag is met de putten, heeft het programma BRO daarom nog even op een rij gezet hoe u gegevens hiervoor kunt aanleveren.

1. Aanleveren gegevens grondwatermonitoringsput

Hoe levert u gegevens over grondwatermonitoringputten aan?

Wanneer grondwatermonitoringputten worden geplaatst, geeft u de nieuwe gegevens door aan de BRO binnen 20 werkdagen na bekend worden van de gegevens.

Vooraf:

  • De gegevensleverancier maakt een verzoek (een XML bestand “registrationRequest”) dat een brondocument (“GMW_Construction”) bevat met de putgegevens. Detailinformatie over het brondocument vindt u in het innamehandboek GMW.

In het Bronhouderportaal:

  • De bronhouder machtigt de leverancier voor aanlevering van het verzoek
  • De leverancier levert het verzoek vervolgens aan
  • De kwaliteitscontroleur controleert het verzoek en keurt het goed
  • De bronhouder accepteert het verzoek door akkoord te geven
  • Daarna worden de putgegevens volgens het verzoek opgenomen in de BRO

In de LV BRO:

  • De gegevens van de put worden opgenomen in de BRO.

2. Aanleveren van veranderingen aan grondwatermonitoringputgegevens

Hoe houdt u uw gegevens over grondwatermonitoringputten actueel?

Wanneer buizen in grondwatermonitoringputten worden ingekort of opgelengd of van status veranderen, wanneer putten een andere eigenaar of onderhouder of beschermconstructie krijgen, en wanneer hoogtegegevens van maaiveld of bovenkant buis zijn veranderd, geeft u de nieuwe, actuele  gegevens door aan de BRO binnen 20 werkdagen na bekend worden van de gegevens. De oude gegevens blijven voor de gebruiker van de BRO opvraagbaar, want ze worden niet  overschreven.

Een “verzoek tot verandering  van putgegevens” wordt als volgt doorgegeven en verwerkt:

Vooraf:

  • De gegevensleverancier maakt een verzoek (een XML bestand “registrationRequest”) dat een brondocument bevat met de nieuw bekend geworden gegevens.       (sourceDocument GMW_xxx met xxx=gebeurtenis).

Er zijn verschillende gebeurtenissen waarbij nieuwe gegevens worden doorgegeven. Deze staan in de catalogus GMW, hoofdstuk 3.5.5 Putgeschiedenis. Er kunnen werkafspraken van kracht zijn vooruitlopend op een volgende versie van de catalogus. Deze vindt u bij de instructies.

Detailinformatie over de bijbehorende brondocumenten vindt u in het innamehandboek GMW.

In het bronhouderportaal:

  • De gegevensleverancier levert het verzoek aan.
  • De kwaliteitscontroleur controleert het verzoek met de nieuwe gegevens in het brondocument en keurt het goed
  • De bronhouder accepteert het verzoek door akkoord te geven
  • Daarna worden de putgegevens volgens het verzoek opgenomen in de BRO

In de LV BRO:

  • De eerder geregistreerde gegevens van de put worden aangevuld met de nieuwe, actuele gegevens.  De actuele gegevens worden verstrekt bij opvragen zonder historie. De actuele én de eerder geregistreerde gegevens blijven geregistreerd in de BRO en zijn opvraagbaar (in jargon: de materiële historie is geregistreerd in de BRO).

3. Aanleveren van grondwatermonitoringputgegevens met geschiedenis

Het is mogelijk om in één verzoek de gegevens door te geven van de inrichting van een put én de gegevens van in het verleden opgetreden veranderingen van de putgegevens. Deze mogelijkheid is ontwikkeld voor bronhouders die gegevens van bestaande putten uit archieven willen opnemen in de BRO.

Een “verzoek tot registreren van een put met geschiedenis” wordt als volgt doorgegeven en verwerkt:

Vooraf:

  • De gegevensleverancier maakt een verzoek (een XML bestand “registrationRequest”) dat als brondocument “GMW_ConstructionWithHistory” bevat met de initiële putgegevens én een aantal door verandering (“intermediate event”) bekend geworden gegevens.

In het bronhouderportaal:

  • De leverancier levert het verzoek aan
  • De kwaliteitscontroleur controleert het verzoek met de initiële gegevens en de bij verandering bekend geworden gegevens en keurt het goed.
  • De bronhouder accepteert het verzoek door akkoord te geven
  • Daarna worden de putgegevens volgens het verzoek opgenomen in de BRO

In de LV BRO:

  • De initiële gegevens van de put worden opgenomen in de BRO. Vervolgens worden op volgorde van datum en tijd de initiële  gegevens van de put aangevuld met de door veranderingen  bekend geworden gegevens, waardoor de complete levensloop van de put in de BRO wordt geregistreerd, tot aan de actuele situatie. De actuele en ook de oude gegevens zijn opvraagbaar door de BRO gebruiker.

4. Corrigeren van initieel verkeerd geleverde grondwatermonitoringputgegevens

Sinds 1 januari 2018 worden putten (GMW) aangeleverd. Bij de aanlevering worden soms per ongeluk fouten gemaakt. In de controle door de bronhouder worden deze doorgaans opgemerkt, waarna de aanlevering wordt afgekeurd. In uitzonderingsgevallen wordt soms toch een put initieel geregistreerd ofwel “ingericht” met verkeerde gegevens. In dat geval kan een “correctie van inrichting van een put” worden doorgegeven.

Een “correctie van de inrichting van een put” kan als volgt worden doorgegeven:

Vooraf:

  • De gegevensleverancier maakt een correctieverzoek, dat is een XML bestand “replaceRequest” dat een brondocument “GMW_Construction” bevat met de correcte gegevens.

In het bronhouderportaal:

  • De gegevensleverancier levert het correctieverzoek aan.
  • De kwaliteitscontroleur controleert het correctieverzoek met de correcte gegevens en keurt het goed
  • De bronhouder accepteert het verzoek door akkoord te geven
  • Daarna worden de putgegevens volgens het verzoek opgenomen in de BRO

In de LV BRO:

  • De nieuwe, correcte, gegevens worden in de BRO de actuele gegevens van de put. De actuele én de eerder geregistreerde maar nu gecorrigeerde gegevens blijven opvraagbaar door de BRO gebruiker.

NB:

De correctieverzoeken invoegen, verplaatsen en verwijderen voor aanvullingsverzoeken zijn nog niet beschikbaar. Deze kunnen gebruikt worden als deze functionaliteiten in de praktijk zijn beproefd en bruikbaar zijn bevonden.