Bodem en ondergrond staan en blijven volop op de agenda

Interview met Rob Nieuwenhuis door Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond (ENBO). Eerst geplaatst op www.expertisebodemenondergrond.nl op 29-08-2022.

Lees het interview:

‘Natuurlijk geven resultaten van onze onderzoeken vaak een zorgelijk signaal. Denk maar aan de aanwezigheid van historische verontreinigingen, PFAS of microplastics in het milieu. Hierin zie je terug hoe groot de opgaven zijn om onze natuur, water-, bodem- en ondergrondkwaliteit op het weer gewenste niveau te krijgen. Maar de toegenomen aandacht voor waterkwaliteit en alle nieuwe initiatieven rond “bodem en water zijn sturend” biedt ook veel hoop’, aldus Rob Nieuwenhuis, hoofd van de afdeling Bodem- en Grondwaterkwaliteit bij Deltares.

Alle grote opgaven

Rob Nieuwenhuis geeft leiding aan een afdeling met 25 onderzoekers en adviseurs die zich bezighouden met bodem- en grondwaterkwaliteit. ‘Deze kennis koppelen we aan brede maatschappelijke vraagstukken, zoals klimaatadaptatie en -mitigatie. Zo kijken we bijvoorbeeld naar de effecten van ondergrondse energiesystemen of de effecten van waterstofopslag op de grondwaterkwaliteit. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld ook broeikasgasemissies uit bodem- en watersystemen’.

Waterkwaliteit

Ook de verbetering van de waterkwaliteit is in Nederland een grote opgave. Recent kwam weer in het nieuws dat die één van de slechtste van Europa is. ‘Binnen mijn afdeling verrichten we veel studies naar stoffen in het bodem- en watersysteem. Van antropogene verontreinigingen tot emissies van nutriënten uit de landbouw. Voor het behalen van de KRW doelen is het van belang om meer zicht te krijgen op de effectiviteit van maatregelen. Met het toetsjaar 2027 in zicht, wordt de urgentie om de waterkwaliteit verder te verbeteren steeds sterker gevoeld’.

Meerjarig onderzoek

‘Veel van het onderzoek op het gebied van bodem- en waterkwaliteit doen we niet alleen, maar samen met andere kennisinstellingen zoals TNO, Wageningen University & Research (WUR), RIVM en KWR. Een belangrijk voorbeeld was de KennisImpuls Waterkwaliteit; een meerjarig onderzoek waarvan de resultaten recent zijn opgeleverd. Naast studies en onderzoeken binnen Nederland werkt Deltares ook veel binnen internationale consortia. Bijvoorbeeld binnen het Europese PROMISCES-project waarin we kijken naar het gedrag, verspreiding en gezondheidsrisico’s van persistente en mobiele stoffen (zoals PFAS) in bodem en water’.

Integrale benadering

‘Een van de lopende grote opgaven is die rond het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Met een gebiedsgerichte aanpak moeten stikstofmaatregelen slim worden gecombineerd met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Dit is een heel interessante opgave, vooral vanwege de integraliteit. Tot nu te hebben we toch voornamelijk naar de afzonderlijke opgaven gekeken. Nu ligt er de mooie, maar complexe uitdaging deze opgaven met elkaar te verbinden en tot samenhangende oplossingen te komen. Als we maatregelen slim combineren kan dit een sterke impuls geven aan de verbetering van de waterkwaliteit’.

Samenwerking Saxion

‘Als kennisinstituut hebben we natuurlijk allerlei verbanden met andere onderzoekscentra en met universiteiten, waar het meer fundamentele onderzoek plaatsvindt. Daarnaast wordt ook steeds vaker de samenwerking met hogescholen opgezocht. Die zijn doorgaans regionaal verankerd, zoals Saxion in Oost-Nederland. Zij bieden een snelle link naar de toepassing van kennis in de praktijk.

‘Onlangs hebben we een langjarige samenwerkingsovereenkomst gesloten met Saxion. Daarbij waren ook vertegenwoordigers van de provincie en van het waterschap aanwezig. Deze partijen onderstreepten het belang van deze samenwerking zodat kenniskennis actief naar de regio doorstroomt’.

WarmingUp

‘Een voorbeeld van de samenwerking is het WarmingUp project. WarmingUp is een groot onderzoekprogramma waarin wij met onderwijs en onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheden samenwerken aan de vraag centraal hoe collectieve warmtesystemen betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar kunnen worden ontwikkeld en ingezet’.

‘Een van de aandachtspunten is de overstap van aardgas naar collectieve warmtenetten. Niet alleen in technisch opzicht, maar ook maatschappelijk. Acceptatie door bewoners van die transitie is niet vanzelfsprekend. Met Saxion onderzoeken we werkwijzen die het acceptatieniveau kunnen vergroten. Hierin brengen we de regionale kennis van Saxion samen met onze kennis van de ondergrond’.

Hergebruik IBC-locaties

‘Een ander onderzoek in samenwerking met Saxion is naar afbouwmogelijkheden van oude IBC-locaties (Isoleren, Beheersen en Controleren). De eeuwigdurende nazorg van deze verontreinigde locaties is een grote kostenpost. Vaak betreft het locaties waar, door nieuwe inzichten en nieuwe technieken, een andere aanpak mogelijk is. We kijken naar nieuwe technieken om de afbouw daarvan beter mogelijk te maken. Inmiddels is de kennis sinds de jaren 80-90 van de vorige eeuw sterk gevorderd, bijvoorbeeld over de effectiviteit van natuurlijke afbraak. En we werken aan concrete methoden om dergelijke locaties te laten bijdragen aan de energietransitie, klimaatadaptatie, verstedelijking en woningbouw. Wij kijken naar de technologische kant, Saxion naar de ruimtelijke kant, onder andere naar het ontwikkelpotentieel van die plekken’.

Expertisenetwerk

Naast al deze werkzaamheden zit Rob Nieuwenhuis in het Regieteam van het Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond (ENBO). ‘Onze belangrijkste opdracht is het bevorderen van de kennisoverdracht. Dat doen we bijvoorbeeld via een aantal platforms. De gebruikers van die netwerken zien niet altijd dat ENBO dit op de achtergrond coördineert. Dat is op zich niet erg, de zichtbaarheid van de platforms en andere activiteiten staat voorop.

Voor de kennisaanbieders binnen het ENBO ligt er een uitdaging om de kennis nog beter toegankelijk en beschikbaar te maken voor specifieke opgaven in de regio. Kennis over de ondergrond speelt immers een grote rol bij een aantal opgaven, zoals woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie en kringlooplandbouw. Ik verwacht daarom dat de vraag naar kennis de komende jaren alleen maar toeneemt. De pilots rond de Regionale kennisnetwerken bodem en ondergrond vormen hierin een belangrijke schakel.