Update Grondwatermonitoringput: putcodes en inmeten

Er zijn aanpassingen geïmplementeerd voor het registratieobject Grondwatermonitoringput uit Tranche 1. Met de aanpassing putcodes wordt het gemakkelijker voor BRO-gebruikers om putgegevens te raadplegen aan de hand van en herkenbaar kaartblad of NITG-code. Er is ook een aanpassing doorgevoerd voor inmeten van posities en maaiveld. Dit maakt het mogelijk om gegevens vanuit uitgevoerde meetrondes op te nemen in de BRO. Hiermee komt het BRO-programma tegemoet aan specifieke gebruikerswensen. Speciaal daarvoor zijn werkafspraken gemaakt: met stakeholders overeengekomen aanvullingen op de catalogus.

Wat is een werkafspraak?

In de catalogus is de standaard voor de BRO opgenomen. De inhoud van elke catalogus wordt vastgelegd in het Besluit Bro dat hoort bij de Wet Bro. Er kan iets gewijzigd worden in de catalogus als een nieuwe versie van de standaard uitkomt. Dit gebeurt in principe bij de inwerkingtreding van Tranche 3 op 1 januari 2021. Sommige wijzigingen op de standaard kunnen niet zolang wachten, zoals in dit geval bij putten. De ‘werkafspraken’ bieden dan een bindende wijziging of aanvulling op de catalogus. Een werkafspraak is tijdelijk. Het kan zijn dat deze wordt opgenomen in een nieuwe versie van de catalogus, of simpelweg vervalt omdat hij niet meer nodig is.

Kaartbladen en putcodes

Met de putcode (betekenisvol ID) kunnen voor BRO-gebruikers putgegevens makkelijker raadplegen. Het is volgens de huidige catalogus van grondwatermonitoringput niet mogelijk om aan een grondwatermonitoringput die al een NITG-code heeft, ook een putcode toe te kennen. De nieuwe werkafspraak putcode lost hier twee aspecten op:

  1. Putten die al een NITG-code hebben, kunnen nu ook een putcode krijgen. Deze putcode wordt gegenereerd op basis van deze NITG-code.
  2. Putten die al in de BRO geregistreerd zijn en een NITG-code hebben, krijgen nu alsnog ook een putcode.

Inmiddels is de werkafspraak gemaakt en de uitwerking van de werkafspraak is vastgesteld en ook al geïmplementeerd in de BRO.

Wat betekent deze werkafspraak voor u?

U kunt u putgegevens gemakkelijker raadplegen aan de hand van en herkenbaar kaartblad of NITG-code.

Door de implementatie van de werkafspraak kunt u geen verwijzing naar kaartbladen meer aanleveren. Deze wordt nu automatisch door de BRO gegenereerd op basis van de coördinaten.

Voor putten in de BRO die al een NITG-code hebben en waarbij met terugwerkende kracht putcodes afgeleid worden, zal het voor sommige putten voorkomen dat de putcode niet uniek is. In de memo ‘uitwerking werkafspraak putcode’ is aangegeven wanneer dit zich voordoet.

Werkafspraak inmeten posities en maaiveld

Voor het registratieobject grondwatermonitoringput is ook een werkafspraak gemaakt voor inmeten van posities en maaiveld. In ketentesten en praktijkproeven met bronhouders is gebleken dat bronhouders en hun gegevensleveranciers belang hechten aan het in de BRO opnemen van gegevens vanuit uitgevoerde meetrondes. Het feit dat de gegevens opnieuw zijn bepaald of ingemeten, en de opnieuw bepaalde gegevens van bovenkant buis en maaiveld, zijn waardevol voor de gebruiker. Dat is ongeacht of  putten stabiel verankerd staan in de ondergrond en ongeacht of putten in gebieden waar de maaiveldhoogte in principe niet verandert door natuurlijke processen. Het concept van maaiveldstabiliteit en putstabiliteit in de huidige GMW-standaard maakt dit nu niet mogelijk. Met de werkafspraak is dit nu wel mogelijk.

Daarnaast is er interpretatievrijheid in de huidige GMW-standaard over gebeurtenissen en daaraan gerelateerde attributen. De tekst van de definities leidt tot verwarring en is op meerdere manieren te interpreteren. Met name het concept van put en maaiveldstabiliteit wordt in de catalogus onvoldoende toegelicht. De werkafspraak voorziet daar nu in.


Werkafspraken

Hier vindt u de werkafspraken behorende bij de catalogus van Grondwatermonitoringput.