BRO PoC’s: We want more!

De Basisregistratie Ondergrond werkt aan innovatieve toepassingen in de Proofs of Concept (PoC’s) van de BRO. Een PoC in de context van de ontwikkeling van de BRO is betrekkelijk nieuw. Toch maak de BRO volop gebruik van dit instrument. In de loop van dit jaar zijn er PoC’s in alle delen van het land. Een aantal daarvan is inmiddels afgerond. Marjan Bevelander, plaatsvervangend Programmamanager BRO, schrijft over deze PoC’s in haar column van het nieuwe magazine van Geo-Info.

PoC’s

Natuurlijk zijn niet alle PoC’s even succesvol. Wel zijn alle PoC’s nuttig. Ze vinden plaats op kleine schaal en raken een breed scala aan actuele ruimtelijke vraagstukken. Voorbeelden zijn gebiedsontwikkeling in een aantal grote steden, dijkversterking of de plaatsing van getijdenturbines in de Brouwersdam. De PoC’s bieden een strategische verkenning van de mogelijkheden voor innovatie en toetsen de effectiviteit daarvan in een praktijksituatie. Zo droeg de toenemende behoefte aan het combineren van boven- en ondergrondse 3D-data en de visualisatie daarvan bij aan de toepassing van de digital twin technologie in een 3D virtuele omgeving.

De smaak te pakken

Daarnaast komt er ook feedback op de ontwikkeling van de basisregistratie vanuit de PoC’s. Zo concludeerden beleidsmedewerkers in Rotterdam en Eindhoven dat het nog te vroeg is om de BRO-gegevens en modellen toe te passen. Er zijn nog te weinig gegevens beschikbaar en in het stedelijk gebied zijn de modellen nog niet verfijnd genoeg. Maar zij kregen ook de smaak te pakken: “We want more! Zodra we goed in de ondergrond gaan kijken, willen we steeds meer weten. Om echt meerwaarde te creëren in onze planvorming, hebben we veel data nodig en veel metadata.” Zo kunnen zij inzicht krijgen in de onzekerheden en op basis daarvan de risico’s beter inschatten en eventueel gericht extra bodemonderzoek laten uitvoeren.

Modellen plaatselijk verder detailleren

Mooi is ook dat is gebleken dat de modellen die een schematische weergave van de ondergrond bieden, plaatselijk verfijnd kunnen worden als er meer onderzoeksgegevens beschikbaar komen. TNO, WENR (onderdeel van Wageningen Universiteit) en Deltares hebben hiervoor de kennis in huis. Dus ook al is de mate van detail van een model niet toereikend voor een bepaald vraagstuk, het is mogelijk om het model plaatselijk verder te detailleren. Kortom, het is zaak dat we de BRO verder opbouwen en daarbij volop gebruik maken van de resultaten die uit de PoC’s komen. Over een aantal jaar zal het veel vanzelfsprekender zijn dat er bij allerlei ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving gebruik gemaakt zal worden van de gegevens en modellen en deze te combineren met eigen, lokale data, slimme technologie en kennis over onder- én bovengrond.

Bekijk alle Proofs of Concept van de BRO.


Colum

Lees het volledige column uit het magazine van Geo-Informatie Nederland van Marjan Bevelander, programmamanager BRO.