Bodemonderzoek

Nodig:

  • schep(je), eventueel een grondboor
  • emmer, bakje, zakjes
  • papier; leuk is een lang stuk, bijvoorbeeld een stuk behangpapier
  • stiften/potloden
  • lijm/plakband

Zin om even met de kinderen naar buiten te gaan? Neem een schepje mee en een emmer of een doosje of zakje. Heeft u een grondboor? Nog leuker!

Ga naar een aantal plaatsen in de buurt waar de kinderen vaak komen. Neem daar een grondmonster. Zorg ervoor dat die steeds een beetje anders zijn: klei, donker zand, licht zand, steentjes. Kijk of je met elkaar een verklaring kunt vinden voor de verschillen. Bij een sloot zal eerder donkere klei-achtige grond te vinden zijn en in een park zand of voedingsrijke grond.

Pak binnen papier en potlood. Oudere kinderen kunnen hun eigen buurt schetsen: boven én onder de grond. Alle plekken waar grond is meegenomen, moeten daarop staan. Voor jongere kinderen kunt u zelf een eenvoudige schets maken.

Plak op de plattegrond op de juiste plekken de grond op met lijm of plak een zakje met de grond met plakband op de juiste plek.

Fossielen opgraven

Ook leuk om buiten te doen in achtertuin, op de speelplaats, op het strand of in het bos: fossielen opgraven!

Nodig:

  • Kwastje
  • Schepje
  • Emmer
  • Dinofiguurtjes of andere fossielen om te verstoppen

Begraaf de figuurtjes oppervlakkig en tover ze langzaam tevoorschijn door met de kwast over het zand te strijken. Zo doen echte onderzoekers dat ook. Het zorgt ervoor dat je de fossielen niet stuk maakt en ook ziet wat er rondom nog meer in het zand verborgen is. Neem alle schatten mee in je emmer!