BRO-pioniers dragen stokje over

Na 20 jaar is het voor zowel Joop Okx (WENR) als Michiel van der Meulen (TNO) tijd om het stokje over te dragen aan collega’s Dorothée van Tol en Denise Maljers. De twee BRO-pioniers blikken samen terug en kijken vooruit.

dr. Joop Okx , Wageningen Environmental Research (WENR) en dr. Michiel van der Meulen, Geologische Dienst Nederland (TNO)

Okx en Van der Meulen zijn in Nederland zeer gerespecteerde experts in hun vakgebied. Zij zagen de opkomst van de digitale kartering en maakten zich sterk voor een basisregistratie van de ondergrond. Ze zochten beiden naar oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, maar hadden ook oog voor collega’s en medewerkers. Buiten het werk houden zij zich graag bezig met kunst. Joop Okx met tekenen en schilderen; Michiel van der Meulen componeert hedendaagse modale muziek volgens de regels van klassieke Turkse muziek en speelt viool en tambura (snaarinstrument).

Waarom dragen jullie het stokje over?

“Ik ga niet weg bij TNO, maar laat een taak vallen”, zegt Van der Meulen. “Ik heb ruim tien jaar twee functies vervuld: hoofdgeoloog (‘chief geologist’) en hoofd van de afdeling die bij TNO de Nederlandse ondergrond karteert. Ik heb mijn managementtaken in november overgedragen en krijg zo de tijd om me inhoudelijk bezig te houden met de koers en richting van ons werk en de Geologische Dienst Nederland in de breedte. De feitelijke managementoverdracht viel rond een kennisaudit van onze unit. De afdeling presenteren aan een commissie is een van de laatste handelingen die ik heb gedaan. We kregen een zeer hoge beoordeling. Voor mij persoonlijk was dit een perfecte afsluiter van een mooie periode. Denise Maljers heeft mijn managementtaken overgenomen. Ik heb het leiden van een afdeling altijd met heel veel plezier gedaan, maar te maken hebben met zoveel medewerkers versnippert de dag. Maar nu kan het  zomaar voorkomen dat ik een ochtend, een dag of meer aan één onderwerp kan besteden. Geweldig!”

Michiel van der Meulen in Noord-Engeland. (Foto: Ian Jackson)

Okx: “Ik heb ook een hele poos beide functies gecombineerd, maar had al eerder mijn lijnfunctie overgedragen. Ik kon me daarna als programmaleider binnen WENR met de BRO bezighouden. Ik heb het programma BRO binnen WENR nu aan Dorothée van Tol overgedragen en ben voor wat de BRO betreft vooral op de achtergrond bezig. Daarnaast heb ik nog en aantal eigen projecten. Over een half jaar ga ik met pensioen. Ik heb me afgelopen september ingeschreven bij de Nieuwe Akademie in Utrecht waar ik mij dit jaar met tekenen en ruimtelijke vormgeving bezighoud. Niet dat ik verwacht dat ze me nog al te veel kunnen vormen, want daar ben ik wellicht te eigenwijs voor, maar het is leuk om je samen met anderen op je passie te storten. Mijn interesse in het aardwetenschappelijk vakgebied blijft, dus ik zal alles vanuit de zijlijn nog volgen.”

Kun je in een paar woorden de afgelopen jaren samenvatten?

“Er zijn drie poten waar mijn stoel spreekwoordelijk op heeft gerust”, zegt Okx, “namelijk data, vakinhoud en aansluiten bij maatschappelijke problematiek. Wat betreft data was de overgang naar één database een belangrijke. Data lagen eerst bij een aantal instituten. Bij het maken van de Bodemkaart keken we natuurlijk ook naar de geologische boringen en andersom werkte TNO met geomorfologische gegevens. Je hebt met elkaar te maken en we kunnen - nog steeds - veel van elkaar leren. Maar nu hoeven we niet meer elke keer heen en weer te bellen. Dat data nu goed voor iedereen beschikbaar zijn, is vrij uniek. We zien ook dat ons werk ertoe doet. We richten ons niet op ieder los maatschappelijk probleem, maar zorgen dat we een breed palet aan informatie klaar hebben liggen. Zo kunnen we de ene keer antwoord geven op vraagstukken als PFAS of stikstof, en dan weer op aardbevingen in Groningen of bodemdaling. Iedere keer is het probleem namelijk weer anders.”

“Mijn woord is estafette”, zegt Van der Meulen. Hoofd kartering, de baas van een groep die de geologie in kaart brengt, is bijzondere, eervolle functie. Er is er maar een in elk land. Vóór jou komt iemand en ná jou komt iemand. Ik heb het altijd als mijn taak beschouwd om, net als mijn voorgangers, vooruitgang te brengen. In de afgelopen tien jaar hebben we ondergronddatering tot wasdom gebracht: klaar voor de BRO. Daar hebben we een hele hoop in geïnvesteerd. We hebben bijvoorbeeld een kwaliteitssystematiek ontwikkeld en geïntroduceerd. En ik heb ervoor gezorgd dat er een kennisprogramma is gekomen dat kartering ondersteunt. Al met al hebben we op deze manier een hechte, goede groep gesmeed.”

Welke belangrijke veranderingen hebben jullie meegemaakt?

Okx: “De introductie van digitale bodemkartering was een heel belangrijke verandering. Vroeger werden kaarten in het veld getekend. Nu is die taak overgenomen door de computer. We gaan nu vooral het veld in om onze modellen te valideren door op een aantal plekken te checken hoe goed de wiskundig-statistische algoritmen hun werk hebben gedaan.”

Van der Meulen: “We brengen op een digitale manier de geologie van Nederland 3D in kaart. In de beginjaren, voor mijn tijd, was computerkracht daarvoor nog een sterk beperkende factor. We konden bijvoorbeeld niet alle data verwerken die we al hadden. Inmiddels zijn we zover dat we die data wel aankunnen en meer willen. Ik kan geen beter middel bedenken dan de BRO om zoveel data op één punt bij elkaar te brengen.” “We hebben nu ook artificial intelligence en machine learning”, voegt Okx toe. “Dat is weer een extra stap.” Van der Meulen: “Wat we nu kunnen, was een droom 15 jaar geleden.”

Een andere belangrijke verandering is dat de ondergrond meer in beeld is bij het publiek. Van der Meulen: “Door Groningen is men de ondergrond gaan wantrouwen: wat wordt daar gedaan en wat zijn de gevolgen? De BRO bereikt in zekere zin het tegenovergestelde, maar dan op een positieve manier. De wet brengt de ondergrond verplicht onder de aandacht bij partijen die daar voordeel bij hebben. Dat vraagt van ons om naar buiten te treden. Ik vind het belangrijk daar een bijdrage aan te leveren. We streven ernaar om de publiciteit te zoeken als we iets leuks te vertellen, bijvoorbeeld kortgeleden over de Mulcibervulkaan in de Noordzee. Maar als we het podium hebben, dan vertel ik er ook iets nuttigs bij, in dit geval over de rol van aardgas in de energietransitie.”

joop okx aan het werk2
Joop Okx in actie voor de BRO-film 'natuurgebieden'.

Okx: “Je ziet wel dat de beleidswereld soms huiverig is voor openheid van data. Bijvoorbeeld bij PFAS en stikstof. Ik snap dat wel, want zij krijgen vervolgens te maken met boze bedrijven, agrariërs en burgers. Maar er is een publiek belang om iedereen toegang te geven tot dit soort informatie. Daarom vind ik ook dat fase 2 van de BRO er moet komen met milieuhygiënische gegevens. Politiek Nederland moet er rekening mee houden dat iedereen beter geïnformeerd raakt.”

Wat was het leukste moment de afgelopen jaren?

Okx vertelt: "Het leukste moment voor mij was toen we eind 2017 aan de slag waren met de eerste tranche van de BRO. We werkten met Kerst door en Martin Peersmann (programmamanager BRO) en wij keken hoeveel profielen er al ingelezen waren: uiteindelijk kwamen we uit op 99,68%.  Dat was onder andere te danken aan het IMBOD-programma waarbinnen we ook al samen met TNO de data al voor het grootste deel op orde hadden gebracht. Ik was echt heel trots.”

Van der Meulen: “Honderd Jaar Geologie in Kaart, ons eeuwfeest, was voor mij een hoogtepunt. Het had een geweldige publiciteitswaarde, maar het heeft ook veel betekend voor de relatie met onze voorgangers. We hebben inmiddels een foto gemaakt van alle nog levende hoofden kartering, die met elkaar een halve eeuw van onze geschiedenis bestrijken. De oudste was 90 en de jongste is Denise. Je ziet haar dan als enige vrouw tussen alle markante koppen staan – overigens is zij bij mijn weten ook de eerste vrouw die deze functie in Europa vervult. Ook opvallend: alleen de alleroudste heeft zich niet met 3D-modellen beziggehouden. Dat is dus ook al een vrij lange traditie, waarin we in Nederland dan ook internationaal vooroplopen. De BRO heeft vervolgens weer een bijzondere rol in het verder brengen van het metier.”

Er waren vast ook tegenslagen?

Okx: “Nou, ik zou niet willen spreken van tegenslagen. Ik heb wel momenten gehad dat het allemaal niet zo snel ging als ik zou willen. Dan leken de bodeminhoudelijke wereld en de IT-wereld niet goed verenigbaar. De ene groep is pragmatischer dan de andere. Ik heb geleerd dat het resultaat ligt in de verbinding. We hebben daarom veel tijd besteed aan het verenigen van die twee werelden.”

Ook Van der Meulen ziet professionele tegenslagen niet als onoverkomelijk: “Daar deal je mee: je leert ervan en je gaat weer verder. Voor mij was de meest indringende tegenslag het ziekbed en overlijden van één van onze medewerkers in 2017. Het ging om een inhoudelijk boegbeeld, een lopende encyclopedie, in feite een verpersoonlijking van onze groep. Het loodsen van een karteergroep door zo’n moeilijke periode hoort net zozeer bij het leidinggeven als nadenken over de kartering als zodanig. Op verzoek van de overledene zelf heb ik een toespraak gegeven op de begrafenis. Ten opzichte daarvan zijn zaken als projectverliezen, vertragingen en een rekenfout makkelijk. Uiteindelijk gaat het om mensen. ”

Wat willen jullie je opvolgsters meegeven?

Okx en Van der Meulen zijn daar unaniem in: “We hebben het volste vertrouwen in ze en ze gaan het allebei hartstikke goed doen!

Van der Meulen: “Door de corona hebben we eigenlijk een langere overgangsperiode gehad dan gepland. Daardoor heb ik veel zaken goed kunnen overdragen. Ik weet dat Denise haar taak aankan en ik zie ernaar uit om intensief met haar samen te werken.”

Okx heeft een jaar genomen voor de overdracht. “Ik heb veel vertrouwen in Dorothée. Uiteraard legt ze andere accenten, maar daar ben ik juist benieuwd naar. Dit gaat haar gewoon lukken! Mijn enige zorg is dat we met betrekkelijk beperkte budgetten moeten werken. Ik ben trots op wat we elk jaar weer neer kunnen zetten, maar soms ontbreken daardoor de puntjes op de i. Daar heb ik mee moeten leren leven, maar Dorothée zal er vanuit WENR alles aan doen om dat te veranderen!”

Willen jullie de lezers van dit interview nog iets meegeven?

“Michiel en ik werken in ontzettend interessante vakgebieden”, zegt Okx. “Bij de ontwikkeling van Nederland zijn er zo vreselijk veel dingen die te maken hebben met de ondergrond. Dat zou onlosmakelijk verbonden moeten zijn met ieders handelen, vind ik. Ondergronds gedreven handelen moet dan ook gestimuleerd worden. Daar kan iedereen die dit leest, een steentje aan bijdragen!”

“Ik zou willen zeggen: Tel je zegeningen”, zegt Van der Meulen. "Met de BRO zijn we jaren bezig geweest. Het was soms taai, maar uiteindelijk is er iets neergezet dat internationaal volstrekt uniek is. Het gaat om het samenspel tussen gebruikers, het ministerie en ons als vakmensen. Dat samenspel is nu op een hoger plan gebracht. Wij vinden dat vaak nog niet genoeg, maar weet dat iedereen in het buitenland vraagt: Hóe krijgen jullie het voor elkaar dat alle overheden ondergronddata in één database stoppen? Dat is geen magische truc, het vergt alleen een heel lange aanloop. We zijn met elkaar al sinds het begin van de jaren 2000 over de BRO aan het nadenken. En je moet dat veel langer volhouden dan ambtstijd van bewindslieden; het kostte 20 jaar tot we het samen voor elkaar hadden. Het is nu tijd dat iedereen ermee aan de slag gaat en de vruchten ervan gaat plukken.”

“Mensen vergeten ook weleens dat het een van de weinige IT-projecten bij de overheid is die binnen tijd en budget opleveren wat beloofd is en met een hoge kwaliteit”, vertelt Okx. “Dat heeft te maken met het vakenthousiasme, of beter, met de liefde voor de aardwetenschappen die er is. Dat doen we echt met z’n allen. Beheer van de BRO moet ook meer zijn dan alleen op de toko passen. Stilstand is achteruitgang, je moet de ontwikkeling die is ingezet, voortzetten. Blijf bij de tijd en speel in op de behoefte. Mensen zitten er nu met ziel en zaligheid in. Blijf dat vasthouden met elkaar.”

Okx en Van der Meulen: “Dus tel je zegeningen, blijf meedoen en verwonder je, want we zijn bezig met iets heel goeds en interessants.”

Volgende maand: het dubbelinterview met opvolgsters Dorothée van Tol (WENR) en Denise Maljers (Geologische Dienst Nederland, TNO).