Grondwatertekorten vragen om rigoureuze oplossingen

Hoe kan de BRO als informatiebron helpen bij de ontwikkeling en uitvoering van initiatieven op het gebied van verdroging en vernatting? Met deze vraag van de BRO is organisatieadviseur Dick Konings het land in gegaan. Conclusie: de echte oplossing voor verdroging ligt in het infiltreren van miljarden liters zoet water in hooggelegen zandgebieden als de Veluwe. En als je dat wil, moeten er véél meer gegevens komen om gedetailleerde modellen te kunnen maken.

Dick Konings, organisatieadviseur en projectleider waterschappen

Nederland is druk met de klimaatadaptatie. Na de droge zomers en natte winters van afgelopen jaren is de urgentie duidelijk. Zoet grondwater is schaars en er wordt nog steeds veel meer zoet grondwater onttrokken, dan aangevuld. “Rond 2040 komen we per jaar in Nederland structureel 300 miljoen kuub grondwater te kort”, vertelt Konings. “Maar we laten wel 80.000 miljoen kuub water naar de zee stromen. Want ons land is er nou eenmaal op ingericht water snel af te voeren naar zee om droge voeten te houden. Je zou dus zeggen: zoet water genoeg. De vraag is nu hoe je dat zoete water vast kunt houden. We moeten daarvoor een transformatie maken van een veilige en afvoerende delta naar een veilige en vasthoudende delta. Daarbij is veel meer informatie en data over de ondergrond en grondwater nodig.”

Honderden initiatieven

Konings onderzocht op verzoek van de BRO welke initiatieven er op het gebied van verdroging en vernatting lopen bij de verschillende overheden, samenwerkingsverbanden en stakeholders en hoe de rolverdeling is. Konings vond dat er inmiddels honderden initiatieven zijn om het zoete water tijdelijk op te slaan.

“Er zijn diverse oplossingsrichtingen waaraan gewerkt wordt. Stuwen kunnen hoger opgezet worden, zodat het hoogwaterpeil langer vastgehouden kan worden. En er zijn bijvoorbeeld initiatieven om verdroging van de natuur tegen te gaan door bodemverbetering, andere teelt en bijvoorbeeld aanplant van een andere boomsoort, zoals loofhout in plaats van naaldhout. Loofbomen gebruiken namelijk veel minder water."

"Uit mijn onderzoek bleek dat deze lokale initiatieven, die overigens met veel know how uitgevoerd worden, eigenlijk allemaal pilots lijken. De oplossingen zijn versnipperd en kleinschalig. In omvang een druppel op de gloeiende plaat. Heel zinvol, omdat we van elk project iets kunnen leren, maar over het algemeen los je daar het structureel grondwatertekort niet mee op. Verder kun je op je klompen aanvoelen dat al deze projecten informatie nodig hebben over de ondergrond. Dit droogteprobleem vraagt bovendien om heel veel samenwerking tussen overheden onderling en met specialisten en bedrijven. Daar moet je wat voor gaan doen.”

Grootschaliger denken en doen

“Er zijn nu veel verschillende overheden aan het werk met klimaatadaptatie. Er zijn bijvoorbeeld twee deltaplannen: Ruimtelijke Adaptatie en Zoetwater. En we hebben te maken met vele overheden die allemaal eigen verantwoordelijkheden hebben in de ondergrond. Die verantwoordelijkheden zijn niet goed afgebakend en ook niet altijd duidelijk. Eigenlijk moeten we naar een Deltaplan Grondwater” vindt Konings. “Daar komen alle lijntjes bij elkaar. Er moet snel samengewerkt gaan worden aan grootschalige voor-zuivering, verplaatsing en ondergrondse opslag van overtollig oppervlaktewater en effluent. Het zou enorm helpen als er één verantwoordelijke organisatie aan gaat trekken en sturen.”

“In het kader van grootschaliger denken en doen is het nodig een aantal bestaande initiatieven snel op te schalen. Er is een aantal projecten dat zich daarvoor leent. Initiatieven waar actief water wordt geïnjecteerd of opgeslagen in de bodem. Zou het niet mooi zijn als in het Westland, waar tuinders nu nog grote waterbassins naast hun kassen hebben, zij deze bassins onder de grond kunnen aanleggen? Daar is ook de gedachte om te werken met een waterbank. Je vangt water op jouw perceel op in een ondergrondse opslag, en krijgt daar iets voor, en als je buurman water nodig heeft, dan betaalt hij ervoor. Al dit soort ideeën en technieken van ondergronds opslag zijn interessant, als je dat kunt opschalen.”

Nu beginnen met organiseren

In het land zijn er wel degelijk ideeën voor grootschalige opslag van grondwater met klinkende namen als Eeuwige Bron en de Nationale Gieter. Konings: “Daar wordt, nu nog in kleine proefprojecten, bekeken hoe je bijvoorbeeld in hoger gelegen zandgebieden als de Sallandse Heuvelrug of de Veluwe water uit de rivier kunt gebruiken om te infiltreren, zodat je het in de droge periode kunt oppompen. Stel dat je dat wilt doen, dan wil en móet je veel meer weten over de samenstelling van de ondergrond. Je wil weten waar het water naartoe beweegt en je moet zorgen dat je het voorzuivert omdat je de bestaande voorraden niet wilt verontreinigen, en er is infrastructuur nodig om het water onder de grond te brengen en het er weer uit te halen. Ga dat maar organiseren. Er zijn veel mensen die over dit onderwerp mee kunnen praten en er is best wel geld, maar het duurt lang allemaal. Ga nu maar organiseren dat je gaat beginnen.”

Nationale Gieter (afbeelding: Deltares)

Bijdrage BRO

Voor alle oplossingen geldt dat kennis over de samenstelling van de ondergrond en over de stroming en de chemische samenstelling van het grondwater nodig is. “Je hebt die informatie nodig om te weten waar je kunt infiltreren zonder schade te veroorzaken en waar je het beste rendement behaalt als je het er ook weer uit wilt halen. Je hebt dus veel meer gedetailleerde grondwatermodellen nodig om te weten op welke locatie je water kunt infiltreren zonder bestaande voorraden te ‘vervuilen’ en waar dit dan naartoe beweegt. Daarvoor moeten we eerst veel meer meetgegevens verzamelen en geofysisch onderzoek doen, zodat we meer gedetailleerde lokale schematisaties met de grondwatermodellen kunnen maken. Modellen worden beter in het doen van voorspellingen als er meer gegevens inzitten."

"Met de BRO is het al wettelijk verplicht om booronderzoek en grondwatermonitoringsgegevens aan te leveren. In 2022 komen ook de registratieobjecten voor grondwatergebruiksystemen, en de grondwaterproductiedossiers in de BRO. En ook het formatieweerstandonderzoek om de grenzen tussen zoet, zout, brak grondwater duidelijker in beeld te krijgen.”

“Ik zou willen zeggen tegen alle bronhouders: zet zo snel mogelijk zoveel mogelijk gegevens in de BRO en kijk hoe je met je organisatie kunt bijdragen aan de klimaatadaptatie - puur door gegevens te verzamelen en te leveren. Helemaal als je actief bent op hoge zandgronden.”


Onderzoeksrapport

Download het 'Onderzoek naar synergiemogelijkheden tussen droge voeten en voldoende grondwater'.