Waterschappen BROmotor van registraties

Waterschappen blijken verantwoordelijk te zijn voor ongeveer de helft van het totale aantal doorgeleverde objecten in tranche 1 in de BRO. Dat blijkt uit een analyse van het BRO Implementatieteam.

De wet BRO is nu ruim 2 jaar van kracht. Vanuit het BRO Implementatieteam is er een analyse gedaan op basis van de leveringen door de gemeenten, provincies en waterschappen van de afgelopen 2 jaar. Hieruit kwamen opvallende cijfers naar voren.

Opvallend is te zien dat de gezamenlijk waterschappen meer geotechnische sondeeronderzoeken (CPT’s) dan grondmonitoringswaterputten (GMW’s) aan de BRO aanleveren. Dit is te verklaren doordat de waterschappen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de waterkerende dijken. Bij het onderhoud worden sonderingen (en boringen) gebruik om de draagkracht van de ondergrond en daarmee de dijklichamen te meten.

Waterschappen leveren ook vaker aan

Opmerkelijk hierbij is te zien dat de waterschappen naast de hoeveelheid ook qua ‘ritme’ goed in de rapportage naar voren komen.

In bovenstaand overzicht staat ieder ‘blokje’ voor een maand dat er één of meerdere leveringen hebben plaatsgevonden.

Volgens het BRO Implementatieteam is dit een teken van volwassenheid van invoering van de BRO binnen de organisatie. Want juist zonder ‘externe’ stimulans blijken de (periodieke) levering aan de BRO ‘business-as-usual’. Dit kan dus worden gezien als ‘graadmeter’ van volwassenheid van invoering van de BRO binnen de organisatie. De waterschappen zijn hiermee dus de BROmotor voor de basisregistratie ondergrond.

Een mooi resultaat: ruim 25.000 aanleveringen via het Bronhouderportaal

Een mooi resultaat is door de gezamenlijke waterschappen bereikt de afgelopen 2 jaar. Gezamenlijk zijn de waterschappen goed voor ruim de helft van het aantal aangeleverde objecten via het bronhouderportaal BRO. Hiervoor reikte programma BRO zoals bij dit soort mijlpalen gebruikelijk is, een welverdiende taart uit!