Historische putten TNO in de BRO

Een set van 1.358 historische putten is overgezet van TNO naar de Basisregistratie Ondergrond. Dit is onderdeel van de actie om zo snel mogelijk zoveel mogelijk oudere putten voor grondwatermonitoring in de BRO te krijgen. Heeft u ook historische data met hergebruikwaarde voor de BRO? Neem dan contact op met de BRO Servicedesk om te vragen wat de mogelijkheden zijn.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is bronhouder van de set van 1.358 historische putten. Een nieuwe rol voor het ministerie, dat aan de slag is gegaan om het bronhouderschap in de eigen organisatie te regelen. Dat was niet makkelijk, maar al met al een goede ervaring. De opdrachtgever van de BRO stond zo ook even met de voeten in de klei.

Hergebruikwaarde

De set historische putten is een eerste deel van de putten die door TNO en haar voorgangers zijn gemonitord. Deze putten staan geregistreerd in de DINO-database (Data Informatie Nederlandse Ondergrond). Alleen de putten die hergebruikwaarde hebben voor de BRO en waarvan voldoende gegevens beschikbaar zijn, gaan naar de BRO. Een volgende set is in voorbereiding.

Grondwatermonsters

Vanaf komend jaar kunnen ook de bijbehorende historische grondwaterstanden en grondwaterkwaliteitsgegevens van deze putten ook over naar de BRO (tranche 3). Het gaat dan om ruim 800.000 grondwaterstanden en chemische gegevens van een paar honderd grondwatermonsters die nu nog in de DINO-database zitten.
Door het overzetten van die gegevens naar de BRO, kan de huidige situatie vergeleken worden met gegevens uit het verleden.
De historische gegevens zijn na migratie naar de BRO immers net als de nieuwe gegevens gestandaardiseerd volgens de kwaliteitseisen van de BRO.
Historische kaarten TNO

Gegevens van oude putten

De meeste putten die TNO overzet naar de BRO komen uit het historische monitoringnet van de Dienst Grondwaterverkenningen van TNO. Met Marshallhulp is dit net in de jaren 1952 - 1956 opgezet voor het karteringsplan COLN: Commissie Onderzoek Landbouwwaterhuishouding Nederland.
Mede dankzij vele vrijwilligers zijn de diepte en bewegingen van grondwaterstanden in heel Nederland bijgehouden. Met die gegevens kreeg men een beeld van de mate van verdroging en verzilting. Dat was van groot belang voor de landbouw om te weten waar welke gewassen het best konden groeien. Kort na de Tweede Wereldoorlog had de Nederlandse landbouw namelijk te kampen met twee extreem droge zomers.
De analoge data van dit Monitoringnet zijn tot 2003 beheerd. Bij de putten die overgezet worden gaat het dus om gegevens die zijn bijgehouden tot 2003. De gegevens van putten die niet overgaan naar de BRO, blijven wel beschikbaar via DINOloket, maar hebben dus niet een wettelijke status en zijn niet gestandaardiseerd volgens de IMBRO-A-kwaliteitseisen.