Interview gemeente Utrecht: ervaringen met de BRO


Provincie Utrecht

Aantal inwoners: 1,3 mln
Oppervlakte: 1.450 km2 (land en water)
Gesproken met: Janco van Gelderen, projectleider provincie Utrecht & meetnetbeheerder grondwaternetten, BRO-coördinator

Waar in de provinciale organisatie hebben jullie de BRO belegd?

‘Alle basisregistraties zijn belegd bij de GIS-afdeling. Daarom is de BRO daar nu ook belegd, technisch gesproken dan. Zelf ben ik vanuit het Domein Leefomgeving intensief betrokken bij het verzamelen van grondwatergegevens, wat één van de grootste BRO-onderdelen is voor provincies op dit moment. Daarom ben ik er vanuit de inhoud bij betrokken. Dat is niet echt een strategische keuze op managementniveau geweest. We zijn er gewoon heel pragmatisch mee begonnen.’

Hoe ver zijn jullie met de BRO?

‘Technisch gezien zijn we in staat om de gevraagde informatie aan de BRO te leveren. We hebben het Bronhouderportaal ingericht. En we hebben de eerste data over grondwaterputten geleverd voor zover dat kon. Meer gegevens hebben we wel beschikbaar, maar die kunnen om technische redenen nog niet aangeleverd worden. Daarvoor zijn we afhankelijk van TNO. En wat betreft sonderingen: de afdeling die daarover gaat is wel op de hoogte dat ze moeten leveren, maar het is niet duidelijk of ze de historische sonderingen kunnen achterhalen en omzetten naar BRO-formaat en of de informatie verzameld wordt in lopende projecten. Die zoektocht is dus nog gaande.’

Hoe hebben jullie het project BRO aangepakt?

‘Ik heb mezelf als BRO-coördinator aangemeld; vanuit de inhoud was dat een logische keuze. Verder zijn alle basisregistraties bij de afdeling GIS belegd. Daar heb ik een goed contact met mijn collega Eddie Poppe. Hij is de ‘interne’ BRO-coördinator voor het bronhouderportaal. We hebben een heldere taakverdeling. Nadat we beide e-Herkenning hadden aangevraagd, kregen we stapsgewijs door wat we moesten doen. We zijn naar bijeenkomsten geweest en hebben aan pilots meegedaan. Het voordeel daarvan is dat er twee personen goed op de hoogte zijn van de BRO. Door de pilots zijn we ook vroeg op de hoogte van alle ontwikkelingen. Maar je loopt ook als eerste tegen eventuele technische onvolkomenheden aan, als die er zijn.’

Als provincies werken jullie samen voor de BRO. Hoe is dat ontstaan?

‘De communicatie over de BRO was in het begin nogal slecht. De provincies wilden daar graag wat meer sturing aan geven en een gedeeld geluid uitdragen. Daarom is het BRO-coördinatorenoverleg er gekomen. Daar ben ik nu de vertegenwoordiger voor de provincie Utrecht als ‘externe’ BRO-coördinator. Dat werkt heel goed: onderling bespreken we de voortgang, en of er vragen of knelpunten zijn. En we zijn ook het aanspreekpunt voor het BRO-programmateam.’

Welke tip kun je collega-bronhouders geven?

‘Maak iemand BRO-coördinator die inhoudelijk weet waar het over gaat. Je ziet soms dat organisaties een ander type medewerker daar neerzetten die niet echt betrokken is bij de inhoud. Dat levert soms veel schakels op in het implementatieproces, en zo ontstaat er makkelijk miscommunicatie. Verder is het aan te raden om de BRO bij meerdere mensen te beleggen. Al was het maar om te zorgen voor vervanging als er iemand afwezig is. Het is goed dat verschillende mensen weten dat de BRO bestaat. Dat helpt je ook om de kennis over de BRO binnen je organisatie te verspreiden.’


Type project
Praktijkverhaal
Doelgroep
Gemeente