BRO Kwartaal-event juli 2019

Terugblik

Het tweede BRO Kwartaal-event was druk bezocht (meer dan100 deelnemers), kreeg goede kritieken én het was mooi weer. We zagen dat de BRO in veel organisaties al tot bloei komt. Soms is daar wat meer pokon voor nodig, soms staat het hele perk al in bloei en is het een kwestie van op tijd water geven. In ieder geval: we kunnen terugkijken op mooie gesprekken, goede vragen, waardevolle bijdragen en zinvolle ideeën. Een korte terugblik.

Gezamenlijke start

Martin Peersmann, programmamanager BRO, heette iedereen welkom: "Het is fijn dat jullie in groten getale zijn gekomen.  Deze dag staat u centraal. We merken dat er grote urgente vraagstukken spelen in het land als droogte, bodemdaling en aardgaswinning. De ondergrond komt nu veel vaker in beeld. Benut dit feit om ook ondergrond en BRO in uw eigen organisatie onder de aandacht te brengen. "

Dagvoorzitter Kor Gerritsma liep vervolgens kort langs verschillende mijlpalen. Goed nieuws is dat, met uitzondering van 5 gemeenten, alle bronhouders zijn aangesloten op de BRO. Het BRO Implementatieteam gaat door en verricht nazorg na 1 juli.

Verder krijgen bronhouders de ENSIA-vragenlijst binnenkort. Dit is een verplicht onderzoek naar de stand van zaken BRO.

Ook is Tranche 3 nu definitief. Het programma gaat al aan de slag met grondwater, zodat alles op tijd klaar staat.

De workshopleiders hielden vervolgens allemaal een korte pitch om hun sessie aan te prijzen. Al snel waren in de diverse zalen levendige gesprekken gaande.

Foto's: Ronald Lindsen

Kennissessie: De BRO in Vogelvlucht

Iedereen die nog even kort wilde horen wat de BRO is en waar die over gaat, kon tijdens de lunch deelnemen aan de Kennissessie BRO in vogelvlucht. Roselie en Marjan namen de deelnemers mee langs de verschillende onderdelen van de BRO en vertelden dat de BRO een grote verzameling bodem- en ondergrondgegevens in opbouw is. De Landelijke Voorziening van de BRO stelt elk jaar meer gestandaardiseerde en goed toegankelijke gegevens beschikbaar. We staan nog aan het begin, er zijn beperkt gegevens van drie objecten beschikbaar, maar in de komende vier jaar zullen nog minstens 20 objecten volgen.

Al deze gegevens worden o.a. gebruikt in modellen (zoals de Bodemkaart en GeoTOP) en zullen zo uiteindelijk een veel beter en betrouwbaarder beeld van bodem en ondergrond opleveren. En voor iedereen herbruikbaar en toegankelijk. Vandaar ook onze motto’s: Samen maken we BRO en Breng de BRO tot bloei!

De aanwezigen hadden een aantal opmerkingen en vragen:

  • De basisregistraties BAG, BGT en BRT zijn onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Advies is om de standaarden vooraf af met die van de andere basisregistraties af te stemmen, zodat samenhang ontstaat.
  • Reactie: Goed advies, dit vraagstuk heeft zeker de aandacht. Binnen BZK stemt het programma Doorontwikkeling in Samenwerking de verschillende geo-basisregistraties op elkaar af. De beide programma’s trekken samen op en zullen de standaarden afstemmen.
  • Kan een andere organisatie dan een overheidsinstantie ook Bronhouder zijn?

Antwoord: Inzet is om naast bestuursorganen in de toekomst ook rechtspersonen te kunnen aanwijzen als bronhouder, zodat ook zij rechtstreeks data kunnen leveren aan de BRO. Denk daarbij aan drinkwaterbedrijven of organisaties zoals ProRail en Gasunie. Hiervoor moet de wet wel worden aangepast.

Bronhouders kunnen overigens ook andere bronhouders hun gegevens laten aanleveren aan de BRO. Zo kan een grote gemeente bijvoorbeeld een kleine helpen.

Sessie: Hoe bereid ik mij voor op de aanlevering van putten en grondwatergegevens aan de BRO?

In deze workshop werden alle vragen beantwoord die deelnemers hadden over aanlevering van gegevens in het grondwaterdomein. Programmamanager Klaas Broek van de gemeente Apeldoorn deelde zijn ervaringen met de aanlevering van putgegevens van 216 putten. Door het werk uit te besteden aan de firma Tauw, kon de gemeente haar rol als bronhouder invullen zonder veel operationeel werk te verrichten. Wel was de nodige afstemming nodig om de verantwoordelijkheid te laten landen in de organisatie.

De firma Tauw op haar beurt legde uit waar je technisch mee te maken krijgt om de gegevens volledig en in het juiste formaat in de BRO te krijgen. FME transformaties vanuit een Oracle database met beheergegevens zijn ontwikkeld om dat voor elkaar te krijgen.

Andere bronhouders vroegen Klaas het hemd van het lijf, en kregen overal antwoord op. Uiteraard zijn er ook andere mogelijkheden voor het uitvoeren van het werk. Goede contractuele afspraken vormen daarbij de kern van de oplossing, ook bij eventueel onderzoek naar aanleiding van terugmeldingen. De andere bronhouders konden prima uit de voeten met deze praktische ervaringen.

Foto's: Ronald Lindsen

Sessie: Implementatie NEN-EN-ISO 14688 in uw werkproces

Wat zijn de kansen en uitdagingen van de vrijwel gelijktijdige implementatie van de nieuwe NEN-norm voor booronderzoek en de implementatie van de BRO? Dat was het onderwerp van deze workshop.

Na de uitleg over de nieuwe norm en de soorten booronderzoek, zijn we met een mooie mix van deelnemers aan de slag gegaan. Al snel kwam naar voren dat de grootste uitdaging ligt bij de implementatie van de nieuwe norm. De daaropvolgende implementatie van de BRO lijkt goed te overzien; men kent dat al vanuit het geotechnisch sondeeronderzoek.

Uit de workshop kwam een waardevolle lijst met geïnventariseerde uitdagingen. Drie zijn alvast opgepakt, zoals de uitdaging rondom contractvorming omdat partijen nog niet bekend zijn met de nieuwe norm. Een uitgewerkt voorbeeld kan daarbij helpen. Rijkswaterstaat, Wiertsema & Partners en de Vereniging Ondernemers Technisch Bodemonderzoek (VOTB) gaan dit oppakken.

Ander punt ging over het ontbreken van voldoende kennis in de gehele keten van de nieuwe norm. In dit kader wordt nagedacht over cursussen voor het beschrijven van het materiaal volgens de nieuwe norm. Daarbij is het ook van belang om software te hebben waarmee men direct aan de slag kan.

Daarnaast is ook bij gebruikers van de informatie de behoefte aanwezig om meer kennis te verkrijgen van wat de norm inhoud. Dit punt wordt meegenomen door de VOTB en Terra Practicus die aan de slag zijn in het kader van een cursus en Veldapps die hiervoor zijn software geschikt maakt.

Het derde punt ging over de visualisatie van informatie in de BRO: wat is wenselijk vanuit producenten en gebruikers? Aangeraden is om die eventuele visualisatiewensen kenbaar te maken bij het softwareleveranciersoverleg van de BRO, waar dat punt op de agenda staat.

Alle verdere punten uit de workshop worden komende tijd bekeken en waar mogelijk meegenomen. Het volgende kwartaalevent praten we u bij over de voortgang van de acties. Via de BRO nieuwsbrief houden we u ook op de hoogte zodat u daar ook profijt van kan hebben.

Foto's: Ronald Lindsen

Sessie: Wat is de impact van de BRO op mijn overheidsorganisatie?

Wat betekent de BRO voor de overheidsorganisatie? Tjaart voerde het gesprek met alle deelnemers van de sessie langs 6 lijnen:

  1. Hoe maak ik de ondergrond zichtbaar: visualisatiemodel 3D
  2. Begroting en data: van buitendienst, beheer, naar beleid
  3. Informatieproduct: elephants in the room
  4. Taal per vakgebied: Geo Kennis-Op-Maat
  5. Het digitale werkproces: praktische hobbels
  6. De BRO als lust of last: meerwaarde voor de organisatie

Naar aanleiding van deze thema’s kwam onder meer het volgende aan de orde:

  • Het Waterschapshuis gaf aan dat het moeite kost om het MT mee te nemen en bewustzijn te creëren.
  • Nancy van Meetelen van de gemeente Lelystad vertelt over de wijze waarop zij de BRO geïmplementeerd hebben. Zes verschillende afdelingen zijn betrokken bij de BRO. Lees ook het interview met het BRO-team van Lelystad op onze site.
  • Gemeente Woensdrecht heeft een scheiding gemaakt tussen Coördineren (geen inhoudelijke kennis nodig alleen proces- en mensen kennis) en Implementeren (inhoudelijke en ICT deskundigen nodig)
  • Eén gemeente had 10000 euro begroot maar uiteindelijk slechts een fractie daarvan uitgegeven. Implementatie BRO kan dus met relatief weinig impact en kosten. Het opnemen van de BRO-plichten (aanleverplicht, gebruiksplicht, meldplicht en onderzoeksplicht) in contracten met uitvoerende partijen (meestal bedrijven) is daarbij erg belangrijk.
  • Bestaande (historische) gegevens (GEF bestanden in archieven) in de BRO opnemen (onder IMBRO/A regime) kan in potentie veel tijd kosten. Opname van bestaande gegevens is optioneel. Alleen voor registratieobjecten is dit voor Tranche 1 per 1-1-2018 verplicht en per 1-1-2020 voor Tranche 2.

Foto's: Ronald Lindsen

Sessie: Werken met het Bronhouderportaal

Het was prettig te merken dat de meeste aanwezigen het Bronhouderportaal al kennen en er ook ervaring mee hebben. De behoefte aan uitleg is merkbaar niet meer zo groot als in het begin. Tom en Ronald gingen in de presentatie vooral in op de vragen die het BRO Implementatieteam en de helpdesk de afgelopen periode het vaakst kregen.

Hier en daar waren wat technische vragen over het Bronhouderportaal. Maar de voornaamste vraag was: Is er nog ondersteuning na 1 juli?

Antwoord: U kunt de BRO Servicedesk bellen voor al uw vragen. Het implementatieteam levert aan bronhouders en dataleveranciers ook na 1 juli ondersteuning, maar dan in de vorm van nazorg. Denk daarbij vooral aan hulp bij technische problemen met de aanlevering van ondergrondgegevens. Of denk aan support bij het inrichten van geautomatiseerde aanlevering op basis van een API.

Voorwaarde om nazorg te krijgen is dat u zich heeft aangemeld bij de BRO. En voor bronhouders geldt als extra vereiste dat zijn hun aansluitverklaring hebben ingeleverd. Die verklaring kunnen ze afleveren bij hun contactpersoon van het BRO Implementatieteam. Softwareleveranciers kunnen terecht bij de overleggen die de BRO organiseert. Zie daarvoor de agenda op deze site.

Andere belangrijke vraag was: In hoeverre zijn leveranciers aansprakelijk voor kwaliteitsproblemen met ondergrondgegevens in de BRO?

Antwoord: Als leverancier ben je aansprakelijk als je gegevens niet voldoen aan de contractueel afgesproken kwaliteitsnormen. Dat heeft ook betrekking op gevolgschade. Maar dan wel in een mate die redelijk en billijk is, dus niet onbeperkt. Leveranciers onbeperkt aansprakelijk stellen is een beetje overdreven. Het gaat zijn doel ook voorbij. Want dan komen er geen gegevens meer en de BRO. En dat helpt natuurlijk helemaal niet om van de BRO een succes te maken. Je bent dus als leverancier hooguit beperkt aansprakelijk. En je kunt er dan nog voor kiezen je tegen dit risico te verzekeren en de kosten daarvan door te belasten aan de opdrachtgever.

De gegevens die je hebt aangeleverd blijven nog lang nadat je je opdracht hebt afgerond nog in de BRO. Maar je bent als leverancier niet aansprakelijk voor gebruik voor andere doelen dan beschreven in het contract dat je bent overeengekomen met de bronhouder. Die aansprakelijkheid berust bij de bronhouder zalf en valt dus in het publieksrechtelijke domein. Met andere woorden: dat is iets wat de overheid zelf moet oplossen.

Sessie: Rollen in de BRO

Welke rollen kent het BRO-proces? Welke daarvan zijn wettelijk en standaard voor alle basisregistraties en welke rollen zijn specifiek voor de BRO? Is de rolverdeling duidelijk of mist u misschien rollen? Marjan en Henk gaven de deelnemers  bij binnenkomst en stapel kaartjes met daarop allerlei rollen. Zij bogen zich in groepjes over de indeling en inhoud daarvan.

Een aantal conclusies:

  • De BRO-coördinator bij de bronhouderorganisatie blijkt de spin in het web. In veel gevallen ligt deze rol bij de coördinator BGT of BAG. De BRO-coördinator heeft onder meer de volgende taken: Hij/zij informeert de bestuurders, zorgt dat contracten gewijzigd worden, organiseert het proces en kent machtigingen toe in het Bronhouderportaal.
  • De rol Bronhouder is in de huidige Wet Bro toebedeeld aan bestuursorganen. Ook als deze voor bijvoorbeeld 20% deelnemen aan een consortium, zijn zij verplicht gegevens aan de BRO te leveren.
  • Als gemeenten samen een opdracht verstrekken aan bijvoorbeeld een sonderingsbedrijf kunnen zij een keuze maken wie van hen optreedt als Bronhouder en de gegevens gaat leveren aan de BRO.
  • Bij de volgende wetswijziging is de inzet om de rol van Bronhouder ook toe te kunnen kennen aan rechtspersonen zoals de Gasunie of de drinkwaterbedrijven. Deze organisaties hebben nu de rol van dataleverancier en kunnen alleen via een bestuursorgaan gegevens leveren.
  • Er is geen aparte rol voor het terugmelden. Als Afnemers twijfelen aan de juistheid van de gegevens in de basisregistratie dan hebben zij de plicht dit te melden aan de houder. De Bronhouder heeft vervolgens ook de plicht de melding serieus te onderzoeken en zo nodig correcties door te voeren.
  • Als laatste werd nog benadrukt dat ook softwareleveranciers en de ICT-afdeling actief zijn bij het inregelen van het BRO-proces. Zij hebben dus ook een rol.

Al met al gaf de workshop meer inzicht in wat er bij komt kijken om het BRO-proces in te richten. Wel wordt het, zeker bij kleinere organisaties, als complex ervaren. Ons advies: kijk of je samen kunt werken met buurgemeenten. Sommige grotere gemeenten leveren ook aan namens hun kleinere buren.

Foto's: Ronald Lindsen

Sessie: Op expeditie met de BRO: wat moet er in de rugzak?

Zo’n 20 dappere deelnemers gingen met Roselie en Linda mee op BRO-expeditie. Buiten, in de zon, maakten zij hun eigen expeditieverslag met een inventarisatie van belangrijkste kansen en valkuilen met de BRO: wat zijn wind-mee-factoren en welke beren staan er op de weg? Welke tips kun je geven om de wind mee te benutten en de beren te verjagen van je weg? De tips en informatie werden daarna besproken en worden gebundeld in een digitale BRO-rugzak.

De hulp van het BRO-implementatieteam en servicedesk werd vaak genoemd als wind-mee-factor. Verder viel op dat de mensen in de uitvoering erg gemotiveerd zijn, ook al is het niet altijd makkelijk om collega’s enthousiast te houden als er relatief weinig data gemeld moet worden.

Aansluiten, zo bleek uit de expeditieverslagen, doe je niet zomaar op een vrijdagmiddag en het valideren is ook wel klus. Het is soms best een lastige opdracht en soms moeilijk om de lusten te vinden binnen de lasten. Maar dat er steeds meer data en datasets worden aangeboden in de BRO wordt als positief ervaren. Een tip uit de groep: gewoon beginnen, maak gebruik van voorbeeldprojecten en 3D-modellen om het verhaal intern te vertellen.

Een deelnemer vertelde dat een speurtocht in het zaaksysteem (follow the money) een overzicht leverde van medewerkers op die BRO-data produceren. De factoren tijd en geld werden genoemd als beren op de weg. En dat bestuurders nog niet altijd mee zijn: de BRO-coördinator kan wel wat steun van hen gebruiken. Tip was dat er nu veel urgentie rond de ondergrond ontstaat met de Omgevingswet, de energietransitie en bodemdaling. Dit biedt de kans om bestuurders en collega’s een kijkje te laten nemen in de ondergrond en te laten zien welke impact beleid heeft op bodem en ondergrond.

Foto's: Ronald Lindsen en Roselie Wijtenburg

Gezamenlijke afsluiting

Wie heeft het meeste opgestoken van het BRO Kwartaal-event? Dat wilden we natuurlijk even testen met de BRO Kennisquiz. Met vragen als: Waarom moet u van de putten ook filtergegevens registreren als u alleen ondiepe standen meet? (Antwoord:  om de gebruiker van BROdata te laten zien of ze bruikbaar zijn.) Of:  Welke vraag wordt het meest gesteld over het Bronhouderportaal? (Antwoord: Mijn inlog-account doet het niet, wat is er aan de hand?). Grote winnaar was Kees-Jan van der Made.

Programmamanager Martin Peersmann sloot af met mooie woorden naar aanleiding van de tentoonstelling in De Observant:  pulso terrestre (hartslag der aarde). "We hebben de aarde nodig en het vraagt samenwerking om goede besluiten voor de toekomst te nemen. Daarbij is de ondergrond belangrijk.  De BRO is hierin een instrument, waar we samen aan werken: zonder jullie gaat het niet, samen maken we de BRO. "

Het volgende BRO Kwartaal-event is op 1 oktober! Let op: dit is een andere datum dan eerder gecommuniceerd is.

Foto's: Ronald Lindsen