Funderingsproblematiek en de rol van de BRO
Steeds meer woningen in Nederland kampen met funderingsschade en dit heeft grote financiële en maatschappelijke gevolgen. De oorzaken zijn divers: bodemdaling, veranderende grondwaterstanden, klimaatverandering en verouderde funderingen. Het ministerie van BZK werkt daarom aan de nationale aanpak funderingen. Informatie uit de BRO is van belang in de aanpak, want zonder betrouwbare ondergrondgegevens kan er geen goede risicoanalyse gemaakt worden. Wat betekent dit voor jou?

Binnen de nationale aanpak funderingen is een belangrijke rol weggelegd voor het in beeld brengen van risico’s en de staat van funderingen. In het programma is daarom het thema Informatievoorziening opgenomen. Dit richt zich onder andere op het beter in beeld brengen van de aanwezigheid van het soort fundering, de risico’s waaraan deze funderingen bloot worden gesteld, het ondersteunen van gemeenten en eigenaren en het verbeteren van de kwaliteit van funderingsonderzoek. Geonovum is nauw betrokken in de aanpak en voert op dit moment een onderzoek uit naar het informatiemodel. TNO en Deltares werken parallel aan het verbeteren van risicomodellen. Vanzelfsprekend is het van belang om goede en betrouwbare data over de ondergrond te hebben, denk hierbij aan:
- bodemopbouw
- grondwaterstanden
- geotechnische eigenschappen
- historische en actuele ondergrondprocessen
Dit zijn precies de gegevens die in de Basisregistratie Ondergrond (BRO) worden verzameld, gestandaardiseerd en beschikbaar gesteld. Hoewel funderingen zelf niet in de BRO worden geregistreerd, vormen BRO‑gegevens dus wel de basis voor de modellen en analyses die nodig zijn om funderingsrisico’s te begrijpen.
Risicoanalyses en modellen bouwen op BRO‑data
In de landelijke aanpak wordt gewerkt aan betere risicoanalyses en voorspellende modellen voor funderingsschade. Onderzoeksinstellingen en kennisorganisaties zoals Deltares, TNO en Kenniscentrum Aanpak Funderingen gebruiken hiervoor onder meer gegevens en informatie van sonderingen (CPT’s), boringen (BHR-GT), grondwatermonitoring (GLD) en ondergrondmodellen (Geotop en REGISII). Dit toont aan dat de BRO een belangrijke bouwsteen is voor de maatschappelijke opgave funderingsaanpak. En daarmee wordt het belang van de BRO nog maar eens onderstreept.
Het dossier funderingen kan ook in jouw organisatie gaan spelen. Dit maakt dat er meer vraag gaat komen naar data en inzichten over de ondergrond. De kwaliteit van en de hoeveelheid aan BRO‑gegevens heeft direct invloed op de kwaliteit van funderingsrisico-modellen die momenteel gemaakt worden.
Samenwerking met partijen in de funderingsaanpak wordt belangrijker, zeker waar het gaat om datastandaarden en datakwaliteit, dus data delen is van groot belang. Voor de BRO zijn die al toegankelijk voor alle partijen. De BRO levert geen funderingsgegevens, ook niet op termijn. Maar: de door jullie geleverde ondergrondgegevens maakt betrouwbaar en transparant inzicht in de staat en risico’s van funderingen wél mogelijk.
Wat kun jij doen?
De datadichtheid van de BRO in stedelijk gebied is nog (te) dun en laat voor de aanpak fundering nog te wensen over. Het is daarom van belang om zoveel mogelijk ondergronddata, ook van langer geleden, zoveel mogelijk op landelijk niveau te ontsluiten.
Dat betekent:
- Heb je lokaal relevante data die wel in de BRO kan, maar er nog niet inzit? Doe dat dan zo snel mogelijk.
- Zorg ervoor dat gegevens van alle nieuwe onderzoeken ook daadwerkelijk in de BRO komen. Met name grondwatermetingen en sonderingen zijn van groot belang.
- Vergroot de dichtheid van metingen en meetpunten, in het bijzonder in stedelijk gebied met de bebouwing van voor 1970.
Vanuit het programma ZON-Datafundament worden ook stappen gezet om meer ondergrondinformatie beschikbaar te krijgen via het vergunningenstelsel.